Een stadsboerderij in Brussel!!

Saraswati Matthieu, een Groen politiek beest twitterde vroeger vandaag volgende tweet:

@msaraswati: Stadsboerderij op dak slachthuizen brusselnieuws.be/artikel/stadsb… soms is BXL de coolste stad ever #groenwerkt#fb

Hoe cool is dat? Een stadsboerderij in Brussel. Boven op het dak van de nog te bouwen voedingshal aan het slachthuis van Anderlecht, den Abbatoir zoals we plegen te zeggen. 30 are oppervlakte om groentjes te kweken, die lokaal kunnen afgezet worden. En de keuze gaan ook naar lokale groenten, zoals spruitjes (Brussels sprouts) of witloof (endives de Bruxelles). Deze worden verder aangevuld met asperges, verschillende soorten sla, worteltjes, champignons, prei etc.
Strikt praktisch heb ik enkele vraagtekens, zoals bvb de teelt van witloof is een 2jarige teelt, die zeer diverse omstandigheden nodig heeft om zowel wortels te telen als de kroppen te forceren.
Ook heeft bvb de teelt van asperges een totaal andere grond nodig dan champignons. Maar de specialisten ter zake zullen hier wel het nodige voor doen.

Ergens ben ik stiekem jaloers… Ik speel al heel lang met die idee, maar praktische uitwerking is moeilijk…. Het is een experiment waar het nodige budget moet voor uitgetrokken worden.

Maar ik ben wel blij. Zeer blij.
Een dergelijk project heeft invloed op verschillende vlakken. Den Abbatoir ligt vlakbij of in Kuregem, de “ambetantste” wijk van Brussel. Hoge werkloosheid, veel laaggeschoolden, armoede, criminaliteit. En als gevolg daarvan verloedering, slechte eetgewoontes of toegang tot (vers) voedsel, achteruitgang.
Een project als dit kan een uitkomst bieden voor de vele jongeren die op straat rond hangen.
Okay, op 30 are kan je geen 100 man te werk stellen, maar er gaat wel volk nodig zijn. Volk om in “de tuin” te werken, zaaien, wieden, onderhouden en oogsten. Volk om de bijhorende winkel te bemannen en de verse producten aan te prijzen.
Hopelijk zorgen deze mensen voor een sociale opwaardering door contacten met de klanten, door een positief gevoel over hun job, door dit uit te dragen.
De gekweekte groenten worden lokaal aan de man gebracht, de negatieve impact op het lokale leefmilieu is dus quasi nihil. Geen vrachtwagens die groenten over grote afstand aanvoeren. Geen luchtvervuiling, lawaai en gevaarlijke situaties.
De boerderij zelf heeft een aantal positieve invloeden op de omgeving, al zijn het kleine, maar vele kleintjes maken 1 groot. Zo vormt de tuin een regenwaterbuffer. Al het regenwater dat niet in het riool terecht komt zorgt voor minder belasting op de waterzuiveringsinstallaties. De planten zorgen voor een zekere vorm van luchtzuivering, al is dit maar miniem. Maar zoals ik al zei, alle beetjes helpen.

De stadsboerderij past in een groter geheel dat Kuregem en de buurt rond het slachthuis moet opwaarderen. Ik hoop dat er op meerdere plekken in Brussel dergelijke projecten worden opgestart. Maar over die hoop later meer, als ik mijn Masterplan Brussel uit de doeken doe 🙂

Het project kan rekenen op geld van het Gewest en de Europese Fondsen voor Regionale Ontwikkeling (Efro). Het project past in het masterplan voor de ontwikkeling van de site van de slachthuizen, goed voor een investering van 21 miljoen euro.
Een duurzame evolutie kan van Brussel terug een leefbare, aangename stad maken. Een evolutie die verder gaat dan economisch of bouwkundig, een evolutie die open staat voor het leven, sociale vooruitgang, een leefbare omgeving, waar mensen zich effectief goed voelen.

15 dingen die je moet laten vallen om gelukkig te zijn!

…of 5 zaken die je zeker moet doen om gelukkig te zijn, of 7 zaken die je moet gegeten hebben om…, of misschien 85 drankjes die je moet gedronken/gerookt/gesnoven hebben om…, of waarom geen 12 voorwerpen die je anaal moet ingebracht hebben om gelukkig te zijn?

ik kom tegenwoordig te pas en te onpas blogpost/nieuwsartikels tegen die ons wijzen op zaken die je moet gedaan hebben, of zeker niet moet doen om gelukkig te zijn. Alsof gelukkig zijn kan vervat worden in zaken die je moet/niet mag.

Ik heb er 1 ding op te zeggen:”aaaaaaaaaaaaaaaaaargh!!”

Doe gewoon waar jij jezelf goed bij voelt, wat jij voor jezelf belangrijk vindt, wat voor jou het verschil maakt tussen gelukkig en ongelukkig.
En doe je iets dat wettelijk niet mag, dan merk je het wel…

(inspiratie)

Geen hout verbranden bij smog.

Door werktuigendagen (originally posted to Flickr as 1DM38459) [CC-BY-SA-2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia CommonsOns aller minister Joke Schauvliege heeft nog eens iets gelanceerd… Na de 100dB-limiet, de versoepeling van de vossenjacht, Matthias “Schoenmakers” Schoenaerts, vragen aan Isolde Lasoen of ze soms ook wel eens naar een DAAN-optreden gaat, het op de helling zetten van cultuur-subsidies, heeft ze het deze keer in haar hoofd gehaald om het verbranden van biomassa bij smog te verbieden. Hoe heb ik dit over het hoofd gezien?

Ik herhaal nog even…

In Vlarem zal een stookverbod voor vaste brandstoffen tijdens officiële smogepisodes opgenomen worden, en er komt een verbod op de verbranding van biomassa-afval in tuinen en natuurgebieden.

Dit is wat er staat in het Luchtkwaliteitsplan. Dit plan is zonder al te veel lawaai (Hebt ge hem? Minder dan dB. Hebt ge hem?) goedgekeurd op 30 maart van dit jaar. Behalve het stookverbod van vaste brandstoffen zijn er ook regels voor wegverkeer ( afremmen van verdieseling, vrachtverkeer belasten met kilometerheffing, algemeen verbteren), watertransport, industrie, landbouw en verwarming.
Ik heb een mening over ongeveer elk aangehaald punt, maar vandaag beperk ik mij even tot het biomassa-verhaal…

Een stookverbod voor vaste brandstoffen tijdens officiële smogepisodes is ronduit dom.
Laat ons eerst en vooral eens kijken naar het aantal dagen dat er smog-alarm is? In 2011 waren dat er 2 (31 januari, 1 februari, alarm liep af op 2 februari om 6u), in 2010 3 dagen (8-9-10 februari), in 2009 2 (9 en 10 januari).

Gedurende 2 à 3 dagen zouden er dus geen vaste brandstoffen mogen verbrand worden. De impact van deze maatregel is dus quasi 0. Daar tegen over staat wel dat installaties, van klein tot groot, moeten stilgelegd worden, en terug opgestart. Kleine installaties kunnen nog vrij gemakkelijk op en af gezet worden, voor grote installaties is dit iets anders. De installaties moeten op hun gemak op temperatuur gebracht worden, en dit kan, afhankelijk van de installatie enkele uren tot enkele dagen duren (Universiteit Luik, 10MW biomassa-ketel op houtpellets moet bijna 24u opwarmen voor het vermogen mag opgedreven worden). Gedurende de opwarming vindt er slechte verbranding plaats, wat de luchtkwaliteit zeker niet ten goede komt.

Een andere zaak is dat deze ketels draaien op momenten dat het echt nodig is. Bij tuinders omdat anders de planten kapot vriezen, in fabrieken omdat anders de arbeiders kou lijden, in scholen en hospitalen waar kinderen, ouden van dagen, zieken en gewonden waar, voor het goed van deze mensen, zekere temperaturen moeten aangehouden worden. Deze installaties stil leggen op zo’n momenten houdt in dat de warmte op een andere manier moet voorzien worden. Door stookolie te verbranden? Dan zitten we een beetje in een rock & hard place situatie he Joke?

Joke zegt aan het Nieuwsblad “We hebben er alle belang bij om op de kar van de groene economie te springen”. In het artikel heeft ze het onder andere over een evolutie naar verminderd gebruik van fossiele brandstoffen. Zoals daar zijn aardolie en aardgas.
In het Luchtkwaliteitsplan spreekt Minister Schauvliege dan weer over “de overschakeling naar aardgas als brandstof” die moet worden voortgezet. Hoe consequent kan je zijn?

Welke mensen hebben aan dit plan gewerkt? Is er gesproken met mensen uit de sectoren? Zijn er effectief specialisten mee bezig geweest?
Mijn gedacht: mensen die niets kennen van deze zaken, neen en neen.
Een zinnigere invulling van dit plan op gebied van biomassa waren volgende zaken geweest:

  • kwaliteitsnormen voor biomassa (rekening houdend met Ladder van Lansink, historie van het hout, richtlijnen rond recyclage)
  • luchtkwaliteitsnormen volgens gradaties in vermogen van de installaties (verplichte filterinstallaties afhankelijk van brandstof, vermogen)
  • strenge controles

Door deze 3 simpele punten door te voeren zou er niet enkel effect zijn op de smog-alarm-dagen, maar ook tijdens de rest van het jaar. En niet alleen qua uitstoot zou er effect zijn. Door kwaliteitsnormen in te voeren zouden de cowboys geweerd worden uit de biomassa-markt. Op dit ogenblik is biomassa redelijk lucratief, en denkt iedereen die wat afvalhout heeft liggen dat ze goud in hun handen hebben. Mensen met geld starten snel een firmaatje als biomassa-verhandelaar om zo mee op de kar te springen in de hoop big bucks te verdienen, maar handelen vooral in lucht en rommel. Met kwaliteitsnormen zou er een zelfregulerend systeem ontstaan van vraag en aanbod rond waardevolle biomassa.
De luchtkwaliteitsnormen zouden een garantie bieden dat de installaties effectief groen en veilig zijn. Door deze normen zouden we zeker zijn dat biomassa-centrales niet toedragen tot de smog en luchtvervuiling.
Strenge controles op installaties groot en klein, zouden weer wat groene jobs creëren.

Geachte Minister Schauvliege, Beste Joke, volgende keer mag je mij gerust eens bellen als je bezig bent rond biomassa. Misschien kan ik je helpen bij het voorkomen van stommiteiten zoals deze in het Luchtkwaliteitsplan….

 

By the way, in verband met het verbranden van biomassa (groenafval, houtresten) in open ruimtes zoals tuin, groenzone of natuurgebied, hier ben ik wel 100% voor te vinden. Deze vuurtjes brengen luchtvervuiling mee door slechte verbranding, en zorgen voor verlies van waardevolle energie.

Acht op tien biomassacentrales zijn vervuilend.

En dat verbaast mij niks! Als trouwe lezers van mijn blog en tweets weten jullie dat ik een fervent aanhanger ben van biomassa als groene brandstof en als groene basisgrondstof voor vele producten. (Hier kan je al mijn blogposts lezen ivm biomassa…)
Toen ik deze namiddag het radionieuws hoorde openen met het bericht “8 op 10 biomassacentrales zijn vervuilend.” viel ik niet echt uit de lucht. Ik heb de afgelopen maanden en jaren al redelijk wat gezien namelijk…

Zo was er het verhaal van de tomatenkweker die stookte op gratis hout dat hij kreeg van iemand die afbraakwerken deed. En de partijen zuiver A-hout dat geleverd werden en eigenlijk partijen afvalhout met plastic waren. Goed dat mijn ex-werkgever zelf strenge controles uitvoerde, of dat “zuiver A-hout” was ook verbrand geweest.

Gans dat gedoe rond biomassa is eigenlijk redelijk kort samen te vatten.
Zuiver, goed hout wordt bestempeld als (groen-)afval door OVAM, en moet verwerkt worden in een bij VLACO aangesloten composteerinstallatie.
Het goede hout dat niet als afval wordt bestempeld (stammen, kruinhout) moet terecht komen bij een vezelplaatfabriek, papierfabriek of een andere sector aangesloten bij Fedustria.
Installaties die zuiver hout verbranden hebben geen recht op groenestroomcertificaten (GSC).
Installaties die afvalhout of houtpellets verbranden hebben wel recht op GSC.

De biomassa-installaties in Vlaanderen zijn op te delen in 2 groepen. Een eerste groep die warmte en elektriciteit maakt, waar de GSC dus van belang zijn, en een 2de groep waar enkel warmte gemaakt wordt om bvb serres mee te verwarmen. Voor deze 2de groep is het gegeven GSC van geen tel, maar telt wel de kostprijs van de brandstof.
De eerste groep moet dus sowieso beroep doen op afvalhout (Pellets worden qua brandstof enkel gebruikt in centrales gerund of beheerd door Electrabel, voor normale installaties is deze brandstof veel te duur).
De 2de groep van installaties probeert de kostprijs van hun productie (groenten, bloemen,…) zo laag mogelijk te houden, en zijn dus gevoelig voor het gegeven “goedkoop” of “gratis”. De tuinaanlegger mag zijn paar containers gehakseld hout wel komen afkappen, en de firma gespecialiseerd in afbraakwerken heeft ook nog wat hout liggen. Van waar dat hout komt of hoe het behandeld is zal in veel gevallen de ontvanger worst wezen. Dat de installatie niet geschikt is om dergelijk (verontreinigd) hout te verbranden is dikwijls zelfs niet geweten. Dat de brandstof gratis is, dat is wat van tel is. En op de eindfactuur kan dat bedrag zwaar doorwegen…

Je moet weten, biomassa is een noemer die vele ladingen dekt. Biomassa is wat er rest op het veld na de oogst, bermmaaisel, (afval)hout, Miscanthus, Bamboe, olijfpulp, druivenpitten,….
In Vlaanderen echter blijft biomassa beperkt tot hout en houtafval.
En net daar knelt het schoentje.
Eerst werden er GSC uitgereikt aan alle producenten van groene stroom. Omdat de producenten van groene stroom uit biomassa meer geld konden bieden voor houtchips en stamhout dan de papier- en vezelplaatfabrieken verkleinde de aanvoer naar deze fabrieken en steeg de aanvoer bij biomassa-centrales. Fedustria ging aan de alarmbel hangen en plots werden de regels aangepast. Vers hout, of het nu stamhout of kruinhout was, leverde geen GSC meer op. De aanvoer van vers hout viel dus stil.
Tuinaanleggers, boombedrijven en biomassatraders hadden wel geld geroken… Snoeihout en stronken die in containers terecht kwamen voor compostering werden plots verkleind om als biomassa te dienen. En daar kwamen OVAM en VLACO om effe te melden dat alle groenafval dat aangevoerd werd op een containerpark of composteerinstallatie ook effectief tot compost diende verwerkt te worden.
Blijven nog over als brandstof: afvalhout, hout uit korte omloop aanplantingen en houtpellets (die wel mogen geperst worden van verse chips…)

Om een idee te geven van het potentieel aan energie dat zo door OVAM/VLACO wordt afgebogen, de intercommunale Haviland haalde in 2010 3485 ton gemengd groenafval op via hun containerparken. Als we de regel aanhouden dat 1/3de van dit groenafval houtachtig van structuur is, dan is dat 1161,6 ton of 16262,4GJ of 4 520 MWh (3.89MWh – 14GJ/ton voor hout) die jaarlijks tot compost verwerkt wordt.

Afvalhout is onder te brengen in A-hout (zuiver, onbehandeld hout zoals paletten, verpakkingshout), B-hout (sloophout, behandeling zoals verven, vernissen, gedrenkt etc ondergaan) en C-hout (zwaar verontreinigd hout zoals treinbielzen of met creosoot/carbolineum-olie behandeld hout).
A-hout is zuiver, en kan zo verbrand worden.
De miserie begint met B-hout.
Kijk rondom jezelf, kijk nu terug naar je scherm, kijk naar je bureau, kijk nu terug naar je scherm. Zie je hoeveel hout er rondom jou verwerkt is? Deuren, bureau, stoelen, keukens, badkamers, trappen, rolluikkasten, Ikea-spulletjes etc. De merendeel van die dingen bestaan uit vezelplaat of spaanderplaat. Houtspaanders of vezels gelijmd en geperst tot een houtplaat, overtrokken met een fijn laagje gelakt fineer of plastic.
Bedenk nu dat dergelijke zaken op een grote hoop liggen. Samen met nog wat resten van het grof huisvuil waarmee het is opgehaald. En dat dat door een machine gaat die van deze berg een hoop vermalen materiaal maakt. Ijzer en andere metalen worden er uit gehaald met een magneet, aluminium is niet magnetisch en blijft achter in de hoop. (Hoe dat er uit ziet, kan je hier zien) Plastic wordt met een windshifter uit het geshredderd materiaal gezogen, behalve de plastic die vastplakt aan de vezelplaat. Wat na de verkleining en uitzeving rest is een hoop gelijmde houtspaanders en vezels met plastic tussen, verontreinigd met allerhande producten om verval tegen te gaan (methylbromide, allerlei insecticiden en fungiciden). Deze hoop krijgt ook de stempel biomassa, en verdwijnt in de verbrandingsinstallaties.
Verbrandingsinstallaties die dikwijls niet voorzien zijn op de schadelijke stoffen in de rookgassen, en geen (elektronen)filters hebben om chloor, dioxines en andere stoffen uit te filteren.

Moest er in dit landje wat meer nagedacht worden voor er beslissingen genomen worden, en wat meer experten gehoord worden in plaats van achter de feiten aan te hollen, we zouden al veel verder staan.
Mijn tips voor de heren en dames politiekers:
Maak duidelijke regels en controleer deze. Geef de biomassa-verbruikers toegang tot het groenafval dat nu tot compost verwerkt wordt. Besef dat biomassa meer is dan hout(-afval).

Deze blogpost is er eentje over gevoelige materie. Het is te zeggen, de regels en wetgeving is zo onduidelijk en ontoereikend dat ik soms kort door de bocht ga. Voor specifieke regels kan je de Vlaamse Overheid contacteren (good luck, ik wacht ondertussen bijna 2 maand op antwoord van Kabinet Van den Bossche), OVAM voor regels in verband met transport, verwerking en nuttige aanwending van afvalstoffen, VLACO voor de regels die groenafval aangaan,…

En oh ja, geachte heer Sanctorum….

“Vooral N-VA, CD&V en Open Vld pleiten steeds meer voor biomassa als ‘kostenefficiënt alternatief’ om de CO2-reductiedoelen te halen. Er is nochtans duidelijk een probleem met dat alternatief om fossiele brandstoffen te vervangen.”

Dit is een quote uit het artikel op de website van De Morgen. U als parlementslid van Groen zou beter moeten weten. U zou moeten weten dat de enige, op dit ogenblik doeltreffende en constante vorm van groene energie, biomassa en biogas is. Dat de andere grote partijen zoals N-VA, CD&V en O-VLD pleiten voor biomassa zou u net tot blijdschap moeten stemmen.

“Biogas en biomassa –zoals hout– zijn de belangrijkste bronnen voor groene stroom, zij het vooral dankzij aanvoer uit het buitenland.”

Dit is een quote uit uw stuk (“Gebrek aan politieke daadkracht nekt groene stroom”) op groen.be gepost op 8 februari dit jaar.
Dat is een beetje snel van richting veranderen voor iemand/een partij die anderen daarvoor graag met de vinger wijst he?

Wijvenweek: Maskers af!

Morgen begint Wijvenweek – Maskers af! En ik blog mee!
Ok, ik ben geen wijf, maar mannen mogen ook meedoen. Ik ben in het goede gezelschap van ondermeer Daan Skaeg, Houbi, Gammet, Jan Seurinck en Michel.
De komende week gaan hier dus quasi-dagelijks blogposts verschijnen over allerhande wijventhema’s, en mijn gedacht over die thema’s.

Op Wijvenblogs vind je de andere deelnemers, blogposts etc.

Dus als de hormonen hier de komende week wat in het rond vliegen, je weet hoe het komt he!

Go local!

In mijn voorgaande blogpost stond een filmpje van een jong ketteke die op TED het lokaal-voedsel-geloof predikte.
Ikzelf ben ook wel aanhanger van dat geloof. Meestal zelfs praktiserend aanhanger.
It’s a way of living, het zit in je bloed, je leeft, spreekt, ademt “local”.

Mijn vorige post heeft mij wat aan het denken gezet. Voor mij gaat het gegeven “lokaal” verder dan voedsel. Zo kan energie en warmte ook lokaal geproduceerd worden, maar zijn er omgekeerd dingen die helemaal niet lokaal hoeven te zijn.
Het zal voor jullie het gemakkelijkst en aangenaamst lezen zijn als ik hieronder effe enkele dingen oplijst:

Lokaal:

  • Voedsel: Voedsel is zowel seizoensgebonden als locatie-gebonden. Ik vind witloof in de zomer absurd, en komkommers hebben we niet in de winter. Spaanse aardbeien zijn veel vroeger dan Belgische, maar bijlange zo lekker niet als onze eigen Belgische aardbeitjes. Boontjes uit Ethiopië en Nigeria kunnen ginder de honger stillen.
    Hoe lokaal kan of moet je dan gaan? Dat is niet aan mij om dat voor jullie uit te maken, maar ik kan jullie wel enkele tips meegeven:

    • Boerenmarkten: Op vele plaatsen zijn er boerenmarkten, waar de boer zijn eigen producten komt verkopen. Patatjes en prei, melk, pudding en rijstpap, bloemen en planten, rechtstreeks van de kweker naar de consument. Geen tussenpersonen, de boer verdient iets meer, jij betaalt iets minder. Zo zijn er boerenmarkten in Dilbeek, Gaasbeek, Gooik, Middelkerke, Gistel, Sinaai en Beveren-Waas. Een volledige lijst vind je bij de VZW Plattelandsontwikkeling.
    • Hoeve-verkoop: Sommige boeren verkopen op hun eigen erf wat ze op de boerderij produceren. Dit kan gaan van melkproducten (ijs, rijstpap, etc) tot vlees, groenten of patatjes. Ik weet uit ervaring dat het ijs van op het Lindenhof superlekker is. Op Agribex at ik een ongelooflijk lekkere hamburger van zuiver Belgisch Wit-Blauw van boerderij Den Ijsbol. Meer info vind je op de site van de VLAM
    • In het verleden schreef ik ook al eens een stukje over ecologisch verantwoord vlees.
  • Kledij: Kledij is een moeilijke zaak. Hoge loonkosten/lasten hebben er voor gezorgd dat kledij-producenten kiezen voor lage-loon-landen (de naam zegt het al he…) zodat wij goedkope T-shirts kunnen kopen in de H&M, C&A of een andere keten. Maar er zijn ook lokale of ecologisch verantwoorde mogelijkheden.
    • Loints of Holland en Camper zijn schoenmerken die niet alleen ongelooflijk leuke en comfortable schoenen maken, maar ook nog eens in Europa en verantwoord. Akkoord, ze maken geen sportschoenen, maar Fair21 doet dat wel. En die hebben niet alleen sportschoenen, maar ook sportkledij, lingerie en gewone kledij.
    • Swishing, een gezellig kledingruilevenement, met het hart op de juiste plaats. Dat moet ik jullie niet meer leren kennen zeker?
    • Kledij die van Hennep gemaakt is, is een boost voor de lokale akkerbouw, heeft een veel lagere impact op het milieu en is even comfortabel als katoen. Meer info vind je bij Hempmade!
  • Energie: Elektriciteit wordt in grote elektriciteitscentrales gemaakt. Steenkool, gas of nucleaire energie wordt omgezet in warmte, en die warmte in elektriciteit. De restanten van de warmte gaan verloren. De uitstoot van steenkool, stookolie of gascentrales zorgt voor een stijging van de broeikasgassen in onze atmosfeer. Kernenergie is uiterst veilig en “proper”, tot er iets misloopt in zo’n kerncentrale (kijk maar naar 3 Miles Island, Tsjernobyl of onlangs Fukushima…).
    • Lokale energie-productie kan in biogasinstallaties of biomassa-installaties. Deze produceren niet alleen elektriciteit maar ook warmte. Doordat het lokale installaties zijn, kan de warmte via een warmtenet gebruikt worden voor andere toepassingen zoals mestverwerking, proceswarmte of verwarming van openbare gebouwen. Biomassa is ruim voor handen in onze Vlaamse gemeentes door ondermeer het ophalen van snoeihout, het verzamelen van snoei- en groenafval op containerparken en door de vele Vlaamse tuinaanleggers die dikwijls niet weten waarheen met al dat afval. Biogas kan geproduceerd worden op het platteland, en daar gebruikt worden, of opgewerkt worden tot aardgaskwaliteit en geinjecteerd worden in het aardgasnet.
    • Windmolens duiken overal op. Langsheen alle Vlaamse autosnelwegen, in zee, op dijken en in industrieterreinen. Samen met…
    • Zonnepanelen niet mijn favoriete vorm van groene energie, omdat ze vooral piekenergie produceren, niet te controleren zijn qua productie, en een grotere impact hebben op het milieu dan we zouden denken. Maar, het blijft wel lokaal geproduceerde energie uit hernieuwbare bronnen.
  • Transport: Omwille van bedrijfseconomische redenen zijn bepaalde productie en assemblagelijnen van auto’s gegroepeerd in fabrieken verspreidt over de wereld. Zo wordt de VW Amarok in Argentinië gemaakt, en daar de boot opgezet om via de haven van Antwerpen (of een andere haven) en de nodige vrachtwagens terecht te komen bij je lokale dealer. Omgekeerd worden auto’s van uit Europa naar Amerika of Japan verscheept om daar verkocht te worden. Aan deze handel en werkwijze kunnen we niks doen. (of je moet natuurlijk zo’n geitewollesok zijn die wel to the extreme gaat….) Maar qua transport zijn er wel een aantal zaken waar je rekening mee kan houden. Heb je je auto echt nodig om naar de supermarkt of winkel te gaan? Kan het niet met de fiets of te voet? Kan je met het openbaar vervoer gaan shoppen of naar je werk? Ik geef toe dat dit voor mij een heikel puntje is. Ik rij graag met de auto, geniet van de momenten op de autostrade, met de cruise-control op 125 en de radio op 11. Maar toen ik zonder werk zat, en een auto niet kon betalen, dan ging ik te voet of met de fiets, en dan ging ik geen pint drinken in Asse, want ik geraakte er niet. En die keren dat ik het wel deed kon ik met iemand mee rijden, of had ik effectief de trein genomen.
    Qua transport zijn er ook een aantal maatregels die van hogerhand moeten/kunnen genomen worden. Zoals het verkeersvrij maken van stadscentra, een betere werking van het openbaar vervoer (aansluitingen van bus/tram/metro/trein, op tijd rijden van treinen), het veiliger maken van het openbaar vervoer (ik weiger in Brussel het openbaar vervoer te nemen, 1 keer te veel overvallen/bedreigt/slaag gekregen…), fietspaden aanleggen, herstellen en onderhouden.

Niet-Lokaal:

Niet-lokaal is eigenlijk een moeilijker gegeven. Ik denk er al even over na, maar kan moeilijk echt zaken groeperen. Ik probeer het toch even…

  • Entertainment: Een Hollywoodfilm kunnen we niet in België produceren. Maar de impact van het verzenden van zo’n film zal wel niet zo groot zijn zeker? Het zelfde trouwens voor Bollywood-films…
    Games worden over de hele wereld gemaakt. Misschien zelfs door verschillende teams in Europa, de VS en pakweg Taiwan. Die staan met elkaar in contact via het internet en delen zo hun informatie met elkaar. Misschien worden de lokale copies (DVD, boekjes, doosjes etc) effectief ook lokaal gemaakt… Who knows?
  • Informatie: Informatie allerhande wordt gedeeld over het internet. Heel lang geleden wist men pas dagen of weken later van een ramp of oorlog aan de andere kant van de wereld. Nu weten we het dank zij zaken als Twitter en Facebook enkele minuten later. Soms zelfs sneller dan pakweg de aardbeving zelf…
    Maar het is nodig om ook lokaal een correspondent te hebben. De vervuiling van het vliegtuig, de impact van de nieuwsgaring is niet te berekenen versus de waarde van het nieuws dat gedeeld wordt. Al kunnen hier ook prioriteiten gesteld worden. Zo is een ramp als de aardbeving/tsunami in Japan belangrijker dan pakweg de Miss USA of Miss World verkiezing, de Oscars of een Apple (i)Keynote.

Bekijk het zelf. Doe de oefening eens voor je zelf. Hoe kan jij je eigen impact op de wereld rondom verminderen?

TEDTalk: 11jarige verkondigt het lokaal-voedsel-geloof

Een 11jarig ketteke dat op TED zijn visie geeft over voedsel.
Ik ben jaloers. Ik wil op zo’n TED mijn visie over voedsel ook wel eens geven…

Ik heb toch wel wat bedenkingen bij het kort door de bocht-verhaaltje ivm de GGO’s (genetisch gemodificeerd organismes) en de nier- en leverziektes, of bestraald voedsel. (Ivm het bestraalde voedsel, ik geloofde dit niet, maar blijkt echt zo te zijn… Moet ik me toch eens in verdiepen, want dat zint me niet…)

Maar wat van belang is, de boodschap. Go local, go organic!
Ja, dat moeten we meer doen… Lokaal geproduceerd voedsel eten, voedsel dat zonder bestrijdingsmiddelen is gekweekt, zo veel mogelijk rechtstreeks van producent naar consument!

Moe maar gelukkig

Net een namiddagje bij de grootouders en nonkel gewerkt. De winterperiode is de tijd van het jaar om serre’s te herzetten. In het najaar stonden er nog bolchrysanten in de serre die we vandaag herzet hebben, nu staat ze op de eerste Prunus.
Een serre verzetten is een zwaar werk, dat begint met ramen afpakken (houten kader van 1,5×2,5m met glas in) en opstapelen in de juiste volgorde.
Nadien kan de serre in onderdelen uit elkaar genomen worden en terug opgebouwd over de nieuwe teelt.
Morgen moeten de “brugges” en de ramen nog gelegd worden en dan kan de eerste Prunus afgestookt worden.

Dus nu ben ik moe… moe maar gelukkig. Zware handenarbeid, maar ondertussen babbelen en lachen met de nonkel(s) (vandaag heeft een andere nonkel ook nog geholpen, normaal is het enkel onze nonkel Willy), naar de verhalen van vroeger luisteren van mijn grootvader. Vandaag ging het vooral over bomen afdoen, welke ze waar en hoe hebben afgedaan, en hoe dik die wel niet waren.
Ik voel me dan terug een piepjong gastje tegenover de verzamelde ervaring die er dan rondom mij staat.
En ik voel mij diep gelukkig. Mijn grootvader, mijn held, is de persoon waar ik een massa van heb geleerd over planten, weer en het oude Wemmel.
Nonkel Willy is de persoon die mij mijn passie voor machines bezorgd heeft. Ik kon nog niet lopen toen ik op zijn arm meeging naar de eerste opendeurdagen van machineverkopers in de buurt. Het is ook met hem dat ik al eens kan mijmeren over het komende bloemenseizoen, en over welke teelten waar moeten komen, of wanneer de Pioenen of Hortensia’s moeten verplant worden.
Vandaag was ook Nonkel Paul erbij. In mijn ogen de beste boomzager die je je kan inbeelden. Eentje die geen schrik heeft om een moeilijke boom in moeilijke omstandigheden om te leggen.

Dit zijn de momenten waar ik echt van geniet. Een bord warm eten van de meter en dan na het middagnieuws den hof in trekken om te werken.

Jaja, van werken op de bloemisterij word ik gelukkig….

800.000 ton voedsel verloren

En dat is niet een beetje! Naar mijn bescheiden mening is het zelfs meer dan 800.000ton…
Maar we moeten deze cijfers toch met een korreltje zout nemen. Of liever, in het juiste licht stellen. Die 800.000 ton is verdeeld over akkerbouw (vooral aardappelteelt), veehouderij en visvangst. En laat ik nu net over dat laatste niks weten. Dus, dat gedeelte negeren we even. (Als er hier iemand dit komt lezen en mij meer kan vertellen over visvangst, doe gerust)

Van veehouderij ken ik ook niet veel, maar er wordt gesproken over sterfte, en dan kan ik maar 1 ding zeggen. De dieren in de veehouderij zijn levende wezens, en levende wezens kunnen ziek worden en sterven. Indien hier vreemde cijfers opduiken (boeren waar opvallend veel sterfte is bvb) dan moet daar zeker iets aan gedaan worden. Maar dan spreken we over elke zaak apart.

Over de akkerbouw kan ik meer vertellen. Eerst en vooral misschien de aardappelteelt. Het is inderdaad zo dat de kleine patatjes op het veld achter blijven. Hoe dit komt? Wel, dat is zeer simpel. Ik leg effe kort uit hoe een aardappelrooier werkt…


(Bron: AVR)

Op de tekening hierboven zie je de verschillende transportbanden langs waar de aardappels doorheen de machine gaan. Transportband (1) is de graafmat, die de ruggen aardappels met grond en al in de machine brengt. (2),(3) en (4) zijn de rooimatten. Deze hebben een “steek”, een opening tussen de spijlen om losse aarde van tussen de gerooide aardappels te kunnen laten vallen. Rooimat (2) is tevens uitgerust met kloppers, die de mat op en neer laten deinen zodat de aarde nog gemakkelijker er van tussen valt. Aardappeltjes die kleiner zijn dan de “steek”, vallen hier natuurlijk mee tussen de spijlen. De “steek” gaat van 36 tot 43mm, dus we spreken echt over zeer kleine patatjes.
band (5) is de egelband, een band met rubberen uitsteeksels die resterend loof en onkruid verwijdert.
Via de ringelevator (8) komen de aardappels op de leesband (10) terecht. In goeie omstandigheden gebeurd er helemaal niets op de leesband, in slechte omstandigheden (modder, veel kluiten, rotte aardappels) staan hier enkele mensen langs die handmatig stenen, kluiten of rotte en beschadigde aardappels uitrapen.
Combinatie (11), (12) en (13) kan de leesband (10) vervangen. In deze combinatie zit er een rollenset (11) die ondermaatse aardappeltjes, steentjes en kluitjes aarde verwijderd.

Dit is de doorsnede van een moderne aardappelrooier, en deze manier van werken is door te trekken over de verschillende merken en types. Zoals je kan zien heeft de mechanisatie er voor gezorgd dat er een automatische triering gebeurd, en ondermaatse patatjes op het veld blijven.
Bij mijn grootouders worden de aardappels nog met de hand geraapt. (andere posts hierover) Vroeger, toen mijn grootouders nog hun eigen varken hielden, werd elk patatje opgeraapt. Want, die kleintjes, dat was goed voor aan het varken te geven. Zo is het inderdaad. Die kleine patatjes die op het veld achter blijven, zijn niet meer dan varkensvoer.

Maar, en nu komt het grote probleem, willen we ook die patatjes recupereren, dan moet al de aarde die de machine opgeschept, ook afgevoerd worden… Ofwel vallen de kleine patatjes mee met de losse aarde, ofwel gaat de aarde mee naar de fabriek/opslagplaats. En dit is economisch niet te verantwoorden.

Dus ja, er blijven patatjes op het veld. Patatjes die niet bruikbaar zijn als voedsel rechtstreeks. Willen we dat verlies beperken, dan zit er maar 1 ding op. Elk najaar opnieuw aardappels rooien met de hand, en op handen en knieën alles oprapen wat je tegen komt.
Zijn er vrijwilligers?

Behalve bij de aardappels zijn er nog andere akkerbouw en groenteteelten waar veel verlies is. Zo worden per spruitenstruik enkel de goed gecalibreerde spruiten geoogst. Te dikke/dunne spruitjes blijven op het veld. De extra bewerkingen om ook die spruitjes te oogsten weegt niet op tegen de extra winst die kan gemaakt worden. Erger nog, moesten die extra bewerkingen wel gebeuren, dan moet de prijs van de spruitjes enorm stijgen, of de boer draait verlies.
Ook andere koolgewassen kennen verlies omdat er te dikke/dunne exemplaren tussen zitten.
Raapjes kunnen geoogst worden tot het vriest. Dus kan het goed gebeuren dat een half veld verloren gaat door vorst. Daar kunnen we nu eenmaal weinig aan doen.

De verliezen die er nu zijn in bvb de aardappelteelt zijn verliezen die overblijven na volledig uitgewerkte mechanisatie, waar sterk gelet is om verliezen te beperken.
Om andere verliezen op te vangen moeten er nieuwe technieken en technologieën ontwikkeld worden. Ingenieurs en boeren werken hier samen aan.

 

Hierbij nog een klein filmpje van een AVR aardappelrooier:

Kwart van alle landbouwgrond is ernstig uitgeput

“Kwart van alle landbouwgrond is ernstig uitgeput” titelt het Nieuwsblad (volledig artikel) en de Standaard (enkel voor abonnees). Tegen 2050 zouden de landbouwers 70% meer voedsel moeten produceren. Een rapport van de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations – wiki) is echter niet mals. Kort samengevat is de kans klein dat de boeren dit effectief kunnen verwezenlijken. Hoe komt dit dan? De meeste (goede) landbouwgronden zijn al intensief in gebruik, en die dat nog niet in gebruik zijn, zijn niet voldoende. Er is nood aan duurzame intensivering van de landbouw.

In de jaren 60, tot enkele jaren geleden, steeg de productiviteit van de landbouw sterk, bijna explosief. Dit kwam door nieuwe technieken,(intensief) gebruik van kunstmest en pesticides en een goede veredeling van zaden en pootgoed. Ondertussen is deze stijging stil gevallen. Erger nog, de gronden die we gebruiken geraken uitgeput. Onkruiden en ziektes worden resistent tegen de gebruikte pesticiden, waardoor deze alsmaar straffer moeten worden en de impact op de bodem en het milieu nog groter wordt.

Hoe kan het dat bodems uitgeput geraken? Heel simpel gezegd, door mis(be)handeling… Intensieve grondbewerking, kunstmest en chemicaliën zijn eigenlijk niet zo goed voor de bodem. De grond is de rijkdom van de boer. Niet het juiste merk of kleur van tractor of de grootste machine bepaalt de opbrengst. De opbrengst wordt bepaald door de grond. En daar zit hem net het probleem.
De oplossing is eigenlijk simpel. De boeren moeten hun gronden terug “soigneren”. Stop het gebruik van kunstmest, stop de intensieve grondbewerkingen.

Ik heb op school geleerd over het klei-humus-complex. (Ik ben een gediplomeerde boer…) Het klei-humus-complex bestaat uit lutum (kleihoudende gronden) en humus (volledig omgezette organische stof) (bron)
Als de bodem een goed klei-humus-complex heeft, worden voedingsstoffen en mineralen gebonden aan dit klei-humus-complex en vastgehouden in de bodem zodat ze niet uitspoelen en beschikbaar blijven voor de planten.
Humus is volledig omgezette organische stof, een bruin-zwarte kleverige massa. En daar schuilt een van de problemen. Onze gronden bevatten niet voldoende humus meer. Zeker in de akkerbouw wordt veel kunstmest gebruikt als hoofdbemesting, waardoor het koolstofgehalte (humusgehalte) alsmaar verder afneemt in de bodem. (Meer over koolstofgehalte bij Vilt)

Hoe kunnen we dat koolstofgehalte terug naar boven halen? Door gebruik te maken van stalmest, compost (Meer over compost bij Vlaco). Door gewasresten op het land te laten. Door groenbemesters in te zaaien.
Vooral het gebruik van vaste mest zorgt voor een stijging van de koolstof in de grond. Spijtig genoeg is het gebruik van mest gereglementeerd door de verschillende Mest Actie Plannen (MAP). In mest zitten mineralen (stikstof, fosfor, kalium, sporenelementen etc.) Deze mineralen zijn voeding voor de planten die op het veld groeien, maar kunnen ook uitspoelen en ons water bezoedelen, of er voor zorgen dat planten die we minder graag hebben (invasieve soorten) nog weelderiger gaan groeien.
Met kunstmest weten we precies hoeveel mineralen we toedienen, en kan de gift zeer specifiek gedoseerd worden. Bij stalmest en mengmest zijn deze cijfers iets minder specifiek.
Maar willen we dat onze gronden nog meer opbrengst kunnen voortbrengen, dan zal het gebruik van stalmest en andere vaste natuurlijke mestvormen terug moeten stijgen.
Als simpele plattelandsjongen (nuja, met Brussel in mijn achtertuin…) denk ik dat de vooruitgang moet zijn dat we als basis gebruik maken van vaste mest, en kunstmest enkel gebruiken als bijbemesting wanneer nodig. Ook kan over bepaalde gewassen zoals granen en mais na de opkomst nog een bemesting met compost gebeuren. Het bodemleven zal de boer zeer dankbaar zijn en er voor zorgen dat de compost vermengd geraakt met de bovenste grondlagen.
Drijf- of mengmest kan niet tot vaste mest gerekend worden, maar door dit op te mengen met stro, maisstro of bermmaaisel kan er ook een vaste mest vorm gemaakt worden die voldoende koolstof in de bodem brengt.

Een andere zaak is de juiste mechanische behandeling. Onze gronden worden te veel bewerkt. We cultiveren onze velden na de oogst, nog eens voor de winter, ploegen na de winter, cultiveren terug, frezen of gaan er met de rotoreg over en gaan dan zaaien of planten.
Vereenvoudigde en niet-kerende grondbewerking gaat onze gronden in betere conditie houden. Zo hoeft er voor mais, gras of graan helemaal niet geploegd worden. Bij teelten als mais kunnen we zelfs stroken gaan bewerken in plaats van het gehele veld.
Met een diepwoeler kunnen storende grondlagen zoals de ploegzool gebroken worden, met een direct-zaaimachine kunnen granen of grassen ingezaaid worden zonder de bovenste grondlagen te storen, of resten organisch materiaal onder te werken. Deze resten organisch materiaal zorgen ook voor een stijging van het koolstofgehalte, en voorkomen dat de blote grond wordt blootgesteld aan regens zodat erosie tegen gehouden wordt. Als de grond een goed klei-humus-complex heeft zal de erosie ook opvallend lager zijn.

Een andere mogelijkheid is agro-forestry, waarbij bomen en landbouwgewassen gecombineerd worden. Maar daarover meer in een andere blogpost…

Kort samengevat:

  • Meer gebruik van natuurlijke, vaste mestvormen
  • Vereenvoudigde grondbewerkingen waar kan
  • Meer eerbied voor de grond en de boer (hij zorgt tenslotte voor het eten op je bord, of je nu vleeseter of veggie bent…)