Toine gaat in de Politiek: Deel 1: Onderwijs en Arbeidsmarkt

25 mei mogen we naar de stembus. Weten jullie het al? Ik nog niet. Ik ben namelijk een Vlaamse groene liberaal met rode lijnen en een conservatief-katholieke achtergrond. Het enige wat ik wel weet is dat ik niet voor de extremen van het spectrum stem, al heb ik, moet ik eerlijk toegeven, meer sympathie voor het VB dan voor de PVDA.

Ik merk bij mezelf dat ik Vlaams ben, maar zeker geen problemen heb met Walen of Brusselaars. Ik heb een hekel aan vakbonden zoals ze nu bestaan, maar ben zeker een sociaal ingesteld beestje. Ik ben een groene landbouwer, een rode ondernemer, een blauwe socialist, een persoon die in iets gelooft maar niet naar de kerk, synagoge of moskee gaat.
Daarom denk ik dat het best is dat ik een 1-mans-partij opricht, eentje die volledig binnen mijn eisen en verwachtingen valt, zodat ik op mezelf kan stemmen. En na mijn eerste legislatuur mijzelf ne zakkenvuller kan noemen!

Ik ga hier de komende dagen/weken mijn programma uit de doeken doen.  Dit programma is opgesplitst in politieke thema’s waar ik aan denk. Ben ik iets vergeten, of wil je graag mijn mening en standpunt over iets weten, laat het dan gerust weten in de comments.

Met Onderwijs en Arbeidsmarkt bijt ik de spits af!

Onderwijs:
Ons onderwijs hoort bij de beste van de wereld, en dat moeten we zo houden. Het kost natuurlijk handen vol geld, maar op lange termijn rendeert dit. Kijk maar naar waar jij nu staat dankzij ons onderwijssysteem. Toch zijn er enkele aanpassingen die ik zou doorvoeren…

  • Peuter- en kleuterscholen doen hun ding goed, daar wijzigt niks.
  • Lagere scholen zou ik baseren op een “al spelende leren”-systeem. De lagere school is lang geleden voor mij, maar ik heb nog tafels van vermenigvuldiging leren afdreunen, zonder dat de logica er achter enigszins werd uitgelegd. Al spelende kan de logica gemakkelijker uitgelegd worden.
  • In het lager onderwijs moet er zeker plaats zijn voor taalonderwijs. Opnieuw via een spelenderwijs systeem. Didactisch materiaal bestaat voldoende om de kinderen al van op jonge leeftijd in contact te brengen met andere talen. De voorrang moet hier gegeven worden aan woordenschat. Het is in mijn ogen belangrijker van zaken te kunnen aanwijzen en benoemen dan op jonge leeftijd een grammaticaal correcte zin te kunnen vormen.
  • Ten 3de is de lagere school de speeltuin om contacten te leggen met “andere dingen”. Het gehele jaar wordt opgebouwd rond thema’s, en die thema’s vinden we terug in alle lessen.
  • Het middelbare onderwijs moet een losser geheel worden waar lessen overlappen. De strikte aflijning van vakken zorgt volgens mij voor een vertraagd leerproces. Talen kunnen gespreid worden over verschillende vakken.
  • De basisgraad moet nog meer een algemene richting worden, opgebouwd uit een aantal basisvakken zoals talen, wiskunde, algemene kennis en technische vakken aangevuld met specifieke keuzes zoals oude talen, extra wiskunde, verdieping van de technische vakken etc. Concreet wil dit zeggen dat de voormiddagen besteedt worden aan de algemene vakken (20 lesuren) en de namiddagen aan extra’s. Deze extra’s kunnen bvb houtbewerking, naaien of koken zijn, maar evengoed verdieping in wiskunde, talen of modernere zaken zoals video-editing. Het algemene onderwijs wordt in de namiddag verder gezet door bvb de praktische lessen in een andere taal te geven.
  • In de eerste 2 jaren moeten de klaslokalen meer zijn dan rijen stoelen en banken met een bord. Het klaslokaal moet een belevingsruimte zijn waar de jeugd uitgenodigd en uitgedaagd wordt om te leren. Ook qua begeleiding stappen we af van 1 leerkracht voor 20 of 30 leerlingen. Per lokaal moet er minstens 1 leerkracht talen zijn, 1 leerkracht algemene vakken en 1 leerkracht technische vakken. Hoe dit concreet wordt ingevuld gaan ik hier niet bespreken.
    Deze leerkrachten moeten ten allen tijde beschikbaar zijn voor de leerlingen tijdens de lesuren.
  • De jaren die volgen op de laagste graad van het secundaire onderwijs bouwen verder op de opgedane kennis van de laagste graad en verdiepen deze. Het principe blijft hetzelfde, maar de leerlingen kunnen zich al veel eerder voorbereiden op de richting die ze uit willen. Leerlingen die al weten wat ze willen worden, worden in deze richting ondersteund. Iemand die advocaat wil worden krijgt de kans om starterslessen te volgen aan de universiteit, iemand die loodgieter wil worden krijgt de kans om een aantal uren per jaar al stage te lopen, zelfs op zeer jonge leeftijd. Voor zij die het nog niet weten blijft er volle ondersteuning in algemeen vormende vakken.
    De opsplitsing in voormiddag en namiddag blijft dezelfde als in de laagste graad.
  • Ook in de hogere graden blijft er aandacht besteedt worden aan het zogenaamde handwerk over alle richtingen.  Om de betrokkenheid te vergroten wordt het “handwerk” verbonden aan reële projecten.
  • Sport maakt doorheen de gehele school-loopbaan deel uit van de opleiding. Leerlingen moeten van vele verschillende sporten kunnen proeven en de kans krijgen om zich in 1 of meerdere sporten ook te vervolmaken. De link tussen school en sportclub moet aangehaald worden.
  • Het onderwijs moet zo toegankelijk mogelijk zijn, ook voor zij die anders uit de boot vallen. Alle schoolgebouwen moeten rolstoel-toegankelijk zijn. Lessen moeten waar nodig individueel aangepast worden. Leerlingen moeten van jongs af aan leren dat iemand in een rolstoel, met krukken of met een mentale handicap even (ab)normaal is als zijzelf. Om deze integratie mogelijk te maken moeten de nodige mensen voorzien worden om deze extra zorgen te dragen. Er wordt tevens budget voorzien voor specifieke zaken als doventolken of persoonlijke assistenten.

Financiering van onderwijs:

  • onderwijs mag ouders tot op zekere hoogte niks kosten. Iedereen moet toegang hebben tot dezelfde graad van scholing. Het pakket “gratis onderwijs” houdt alles in wat tot de goede opleiding van onze kinderen leidt.
  • Kosten die door de ouders moeten gedragen worden:
    • eten en drinken van de kinderen
    • extra schooluitstappen die geen deel uitmaken van het normale programma
    • specifieke vak-gerelateerde zaken zoals speciale sportschoenen, extra uitrusting voor kunst-vakken,…
    • transport van en naar school
  • De kosten van het basis-pakket worden gedragen door de gemeenschap.

Arbeidsmarkt:

Iedereen moet kunnen werken, behalve zij die er echt niet toe in staat zijn.

  • Onze arbeidsmarkt staat open voor iedereen die over de nodige papieren beschikt, maar op geld in ons land verdient gelden de belastingregels van ons land.
  • Loon naar werken voor iedereen. Mensen met een fysisch zwaar belastende job zitten dikwijls in de lagere loonklassen. Hier moet rekening mee gehouden worden. Loon wordt (groten)deels berekend op een schaal van fysische en psychische belasting.
  • Balans werk-privé moet correct zijn. Mensen die de keuze maken om meer aandacht te besteden aan privé moeten dit zonder problemen kunnen, mits loonvermindering in correcte verhouding. Iemand die 4/5de werk verdient 80% van het normale loon. Iemand die de omgekeerde beslissing maakt verdient dan ook procentueel meer.
  • Mensen kunnen vrij maar in overleg met hun overste beslissen om periodiek meer of minder te werken. Bvb langere dagen tijdens de zomer, en minder uren tijdens de wintermaanden. Tijdens de zomer verdient men dan meer, tijdens de winter minder.
  • Telewerken wordt aangemoedigd. Ook het gebruik van kantorencentra en co-workingspaces wordt aangemoedigd. Per 5000 inwoners moet er een locatie zijn waar 100 mensen tegelijk kunnen co-werken. Deze locaties worden uitgebaat door een publiek-private vennootschap, zodat ten allen tijde de goede werking kan gegarandeerd worden en er niet enkel dergelijke centra opduiken daar waar er financieel iets te rapen valt.
  • De werknemers moeten meer overhouden van hun brutoloon. Werkgevers moeten opmerkelijk minder lasten dragen per werknemer. (Hoe dit kan lukken bespreken we later…)
  • Werklozen worden ten volle ondersteund. Iedereen kan pech hebben dat hij/zij ontslagen wordt. Ondersteuning gebeurt zowel financieel door een werkloosheidsuitkering als materieel door bvb begeleiding,  opvolging naar een nieuwe job.
  • Langdurig werklozen krijgen alle mogelijkheden om terug op de arbeidsmarkt te geraken. Wie na 2 jaar nog werkloos is, kiest hier zelf voor.
    De werkloosheidsuitkering is eindig na 24 maanden, waar de eerste 3 maanden deze 100% bedraagt van het laatste nettoloon, de volgende 3 maanden nog 90%, de volgende 6 maanden 75% en de laatste 12 maanden 50% van het laatste nettoloon.
    Tegelijkertijd is er intense begeleiding. Dagelijks worden de werklozen verwacht op een locatie waar zij toegang hebben tot internet, kranten en tijdschriften met vacatures. Er wordt coaching voorzien. Mensen die langer dan 3 maanden werkloos zijn kunnen ingeschakeld worden voor gemeenschapsdiensten.Deze gemeenschapsdiensten zijn nooit denigrerend of vernederend, maar dienen om de werkloze positief te stimuleren.
  • Knelpuntberoepen worden ondersteund door werklozen kansen te geven zich te herscholen. Bij herscholing wordt de werkloosheidsuitkering aangepast aan het niveau van het knelpuntberoep plus de kosten die studeren met zich meebrengen.
  • Vakbonden zijn er enkel ter organisatie van vakgroepen. Hoe deze indeling gebeurt zou ons te ver brengen. Vakbonden kunnen veel voor hun leden doen, maar het uitbetalen van werkloosheidsuitkering gebeurt door een overheidsinstelling.
    Vakbonden halen hun werkingsbudget uit ledengelden, niet uit subsidies van de overheid. Vakbonden kunnen mee onderhandelen over cao’s, reglementeringen etc, hun bijdrage in het geheel wordt teruggebracht tot hun procentuele leden-aantallen gemeten over de gehele arbeidsmarkt.
    Vakbonden hebben een rechtspersoonlijkheid, hun leiders zijn persoonlijk aansprakelijk voor gebeurtenissen ten gevolge van hun tussenkomsten.
  • Pensioen volgt op een mooie loopbaan. Deze loopbaan wordt geteld in gewerkte uren/jaren. Een vaste pensioenleeftijd bestaat niet.
    Brugpensioen wordt afgeschaft zonder meer.
    Men kan vroeger op pensioen, maar daar hoort een verlaging van het pensioengeld bij. Men kan bijklussen om zijn pensioen aan te vullen.
    Het pensioengeld wordt berekend over een gemiddelde van de gehele loopbaan. Na pensionering moet iedereen in staat zijn om zijn levensniveau te behouden.
    Het basispensioen wordt betaald door de staat, aanvullende pensioenen zijn persoonlijk. Deze moeten echter gegarandeerd worden vanaf dat dergelijk spaarplan gestart wordt en tot overlijden van de persoon in kwestie.
  • De werkplaats is seculier. Godsdienst-regels gelden niet op de werkvloer. Uiterlijke tekenen van een godsdienst zijn verboden. Zij die hier een uitzondering op willen stellen zichzelf bewust buiten de werkgelegenheid. Privé-firma’s die hier zelf kiezen een uitzondering op te maken dragen deze verantwoordelijkheid zelf en kunnen op geen enkele manier aanspraak maken op tussenkomsten van de overheid ten gevolge van deze keuze. Deze keuze kan echter niet de oorzaak zijn van negatieve gevolgen zoals het verlies van overheidscontracten. Wel kan er in lastenboeken opgenomen worden dat enkel seculiere of niet-seculiere firma’s kunnen inschrijven op dergelijke aanbestedingen.

zo, dit is deel 1, ik besef dat dit zeker niet volledig is, en misschien volgen er nog aanvullingen, maar hou je vooral niet in om eventueel aanvullingen te suggereren of de discussie te openen…

“Race naar de bodem van supermarkten is onethisch”

De prijzenslag tussen supermarkten gaat rechtstreeks ten koste van het inkomen van de primaire producent, de boer dus. Dat herhaalt Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche nog maar eens. Aanleiding is de gekelderde Colruyt-koers en de opgang van de Nederlandse prijsvechter Albert Heijn op de Belgische markt. De concurrentie zou de prijzen 10 procent kunnen doen dalen.

Dit stond er deze week op de website van VILT.
Piet Vanthemsche, voorzitter van Boerenbond, heeft het over de alsmaar dalende prijzen in de supermarkten, en de gevolgen hiervan.
Ikzelf ben geen welbespraakt, hoogopgeleid persoon. Ik ben een gewone jongen, opgegroeid tussen de bloemen, dieren en akkers. Maar ik weet verdomd goed waar het over gaat.

Supermarkten bieden tegen elkaar op met alsmaar grotere kortingen of lagere prijzen. Opvallend is dat die dalende prijzen telkens opnieuw van toepassing zijn op voedsel. En dan niet het voedsel uit de rayon met exotische producten… de kokosmelk en fajita’s blijven hun prijs houden. De prijskrakers zijn het witloof en de kippen, het kalfsvlees en de patatjes. Voedsel op onze Vlaamse, Waalse, Belgische akkers gekweekt, in onze stallen groot gebracht.
Ik kan er mij ongelooflijk hard aan storen als ik weer eens een spotje op de radio hoor van Carrefour waar het witloof aan €1,99 wordt aangeprezen EN er een 2de zakje van 800gr bij wordt gegeven.
De witlooftelers hebben het moeilijk… 1 kilo witloof forceren kost ongeveer 1 euro.  Op de veiling wordt het afgeklokt tussen 50 en 60 cent. De kweker krijgt voor 1,6kg dus 96 cent, de winkel vraagt er €1,99 voor maar de reële waarde is minstens €1,6 op de klok.
Ditzelfde verhaal, en erger, gaat over de hele lijn van zaken die hier op onze velden gekweekt worden…

Wat velen niet weten is dat achter quasi alles wat op onze borden terecht komen, er boeren zitten die hun werk doodgraag doen, die zorg dragen voor hun gewassen, dieren, en fier zijn op de producten die ze voort brengen.
Maar wat velen ook niet weten is dat die boeren, die er voor gezorgd hebben dat de gewassen mooie vruchten voortbrachten, de dieren gezond opgroeiden, veel kosten dragen, veel risico’s nemen en afhankelijk zijn van het weer, zelf geen inspraak hebben in de financiële opbrengst van hun eigen producten. Ze zijn afhankelijk van de prijzen op de klok, de prijzen op de markt, in het slachthuis.
En net die prijzen worden door de supermarkten, door de retailers alsmaar verder naar beneden gedwongen. Op het onethische af.

Respecteer de boeren, vermijdt prijzenslagen in de supermarkten.Koop, als je kan, rechtstreeks op de boerderij. Van producent naar consument.
Of ga eens langs op een boerenmarkt.

Iets voor de multimedia en zo

Hoe langer ik uit de IT-sector ben, hoe meer leek ik word merk ik. Aangezien het ondertussen bijna 10 jaar geleden is dat ik me nog actief met computers en toestanden bezig hield, kunnen jullie je inbeelden hoe erg het gesteld is.

Daarom dat ik jullie kennis en hulp inroep… Ik ben namelijk naar iets op zoek.
We hebben hier geen TV in huis, maar gebruiken een computerscherm waar we de laptops op aansluiten, externe speakers met klein subke en nog een externe HDdrive die er ergens tussen rondslingert… Aangezien dat nogal een gedoe is met al die kabels etc, zoek ik dus een oplossing.

Wat hebben we nodig?

  • Iets dat voldoende opslagcapaciteit heeft.
  • Iets waar ik het scherm en de externe boxen op kan aansluiten.
  • Liefst gemakkelijk bestuurbaar (via extern keyboard, app,..)

Wat zijn leuke pluspunten?

  • Automatisch backup van de laptops maken.
  • Downloaden zonder dat de laptops moeten opstaan.

 

Wat raden jullie aan?

Een nieuwe uitdaging.

Zo wordt het altijd gezegd he… Iemand die van job verandert heeft een nieuwe uitdaging gevonden. Donderdag begint mijn nieuwe uitdaging.

Inderdaad, na ongeveer 2 jaar als vertegenwoordiger van John Deere alle hoekjes van het Vlaamse land gezien te hebben, talloze demo’s gedaan te hebben, op grote en kleine beurzen gestaan  te hebben, komt er een einde aan dit verhaal.
En zoals het ene verhaal stopt, begint het andere.Zij die mij kennen weten dat (landbouw)-mechanisatie zo ongeveer mijn leven beheerst. En per toeval ben ik ook nog eens graag bezig met fotografie en schrijven. Dat komt goed uit, want ik ga het in mijn nieuwe job hard nodig hebben… Ik word namelijk de nieuwe hoofdredacteur van onder andere De Loonwerker.

Inderdaad! Wat een uitdaging!! Het redactie-team aansturen, zorgen dat de deadlines gerespecteerd worden, de artikels klaar zetten om in het magazine te verschijnen, zelf ook het nodige aanleveren qua artikels en foto’s. Kortom, alles doen om er voor te zorgen dat de abonnees hun geliefde landbouwtijdschrift  op tijd in hun bus krijgen.

deere_logo_fpoDe voorbije twee jaar heb ik graag voor Fagadis/John Deere gewerkt, hard gewerkt ook. Dealers soigneren, klanten verder helpen, machines presenteren, demonstreren en verkopen. Groen en geel, ol’ green’n’yeller blijven mijn kleuren, al zal ik natuurlijk de nodige objectiviteit moeten aan de dag leggen. Ik werkte samen met toffe collega’s, had aangename mensen in mijn dealernetwerk. Natuurlijk was niet alles rozengeur en maneschijn, maar de goeie dagen overtroffen zeker en vast de slechte momenten. Ik heb in die 2 jaar opnieuw veel bijgeleerd, en ben daar bijvoorbeeld mijn baas zeer dankbaar voor. Ik ken de man al een tiental jaar, en mijn respect voor hem is alleen maar gegroeid. Ik heb ook veel van mijn collega’s geleerd, over praktische zaken, over omgaan met klanten, over omgaan met mensen onder elkaar. Elk met zijn individuele eigenaardigheden heeft bijgedragen tot wie ik nu ben. Mensen doen mensen groeien.

Maar dan krijg je een aanbod… Eentje waar je eerst denkt dat het te goed is om waar te zijn. Maanden verstrijken en uiteindelijk wordt een knoop doorgehakt. Hoofdredacteur worden van een blad waar ik als kleine ket elke maand opnieuw naar uitkeek. Een blad waarvan er een stapel onder mijn bed van lag, naast de Humo’s.  Een blad waar ik op jonge leeftijd quasi al mijn kennis van machinerie uit haalde. Dat blad, dat mag ik nu gaan maken. Samen met een even gepassioneerde groep mensen.

Zou ik mijn John Deere petje opzetten op de eerste redactievergadering? 😉

‘Laat langdurig werklozen gemeenschapsdienst doen in ruil voor uitkering’

Open Vld-senator Rik Daems wil de uitkering van langdurig werklozen deels afhankelijk maken van gemeenschapsdienst. Wie langer dan een jaar zonder werk zit, zou een dag per week moeten helpen met eenvoudige administratieve taken, de groen- en klusdienst of met het openhouden van het cafetaria van de gemeentelijke sporthal, bepleit hij dinsdag in De Morgen.

Bron: Standaard 08/10/2013

Ik ben het hier mee eens, en dat tweette ik ook. Sommigen waren het met mij eens, anderen, zoals DirkGerard niet (of toch in mindere mate). Omdat 140 twittercharacters het niet toelaten om genuanceerd zaken te verduidelijken deze blogpost.

Ik ben zelf enkele keren werkloos geweest gedurende een langere periode, en schrijf deze post met dat gegeven in mijn achterhoofd.
De eerste 2 keer moest ik effectief nog naar het gemeentehuis om een stempel op mijn werklozenkaart te laten zetten. 2 dagen in de maand dat ik “vroeg” moest opstaan, zodat ik voor 11u op het gemeentehuis was. (De gevallen van misbruik daar waren onvoorstelbaar, maar dat is misschien iets voor een andere post.) Nadien was het zelfs niet meer nodig om een stempel te gaan halen. Ik moest gewoon op het einde van de maand, naar eer en geweten aanduiden of ik gewerkt had of niet, en mijn kaart in de bus van de vakbond gaan steken. Enkele dagen later stond mijn uitkering op mijn rekening.

Ik voelde mij redelijk slecht in die periode. Onnuttig, geld krijgen om zinloos te zijn.
In die periode vond ik al dat er een andere manier moest zijn om “werkloos” te zijn. Zinvoller dan thuis voor de pc of tv liggen wachten op het einde van de maand.
Ik had een aantal ideeën, ideeën die er voor zouden zorgen dat werkloosheid zou afnemen en dat de periode dat iemand werkloos is zinvoller zou zijn.

“Gemeenschapsdienst”
Maandelijks krijg je als werkloze een uitkering waar de gemeenschap voor opdraait. Ik betaal belastingen en sociale bijdragen om dit systeem in stand te houden. En ik ben hier niet alleen  in…
Toen ik nog mijn stempels moest gaan halen stond ik in de rij met rondom mij allemaal gezonde, jonge en minder jonge mensen die zeker in staat waren om wat handenarbeid te doen. Tegelijk zijn er een aantal zaken die wij als gemeenschap als negatief ervaren. Zwerfvuil, onkruid langs trottoirs en straatkanten, vuile steegjes of hoekjes in een park.
Vanaf 1 januari 2015 geldt er voor openbare besturen tevens een verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen, en maar weinig gemeentes zijn goed voorbereid op deze overgang (op dit ogenblik zijn er slechts 13 gemeentes klaar voor dit engagement…)
Een vorm van gemeenschapsdienst zou zijn dat de werklozen in een gemeente kunnen opgeroepen worden om samen een straat, wijk, park onkruidvrij te maken of zwerfvuil op te ruimen. Voor vele gemeentes is de investering in de apparatuur voor alternatieve onkruidbestrijding een hele hap uit het budget, budget dat voor andere zaken kan gebruikt worden. Een aantal schoffels, borstels of misschien enkele ruggedragen onkruidbranders zijn een veel draaglijkere hap uit het gemeente budget en de werklozen die opgeroepen worden krijgen sowieso hun uitkering. Gevolg: propere straten, onkruid weg zonder pesticiden en met een minimale financiële last op de gemeenschap. Zelfs beter, een aantal langdurig werklozen worden opnieuw geactiveerd.

Natuurlijk zijn er een aantal zaken waar rekening mee gehouden moet worden. Zo kan bvb niet iedereen ingeschakeld worden voor deze vorm van werk/gemeenschapsdienst. Een schifting is nodig. Ook mag het inschakelen van werklozen voor deze klusjes geen negatieve impact hebben op de werking van de gemeente of bedrijven die afhangen van de gemeente (contracten met bvb een tuinaannemer of sociale werkplaats mogen niet in het gedrang komen)

Behalve het in groep werken kan een langdurig werkloze ook verantwoordelijk gemaakt worden voor de netheid van zijn/haar straat. De gemeente voorziet de nodige tools zoals schoffel, borstel, zwerfvuilgrijper etc, en er wordt een checklist opgemaakt waardoor de werkloosheidsuitkering afhankelijk wordt van behaalde of niet behaalde punten.
Behalve een koppeling aan de uitkering moet er ook sociaal/psychologische opvolging gebeuren, zodat de werkloze de nodige ondersteuning krijgt en fier meewerkt in dergelijk project.

 

“Sollicitatie-hulp”
Tijdens mijn werkloosheidsperiodes heb ik veel brieven gekregen van de VDAB, heb ik tot 3 maal toe een introductie tot de werking van de VDAB moeten volgen, waarin ik de horen kreeg hoe goed ze voor mij gingen zorgen en ben ik enkele keren in de Werkwinkel moeten gaan vertellen hoe goed ik al gezocht had achter werk. Serieuze follow-up was er niet. Behalve toen ik een cursus wou volgen die de madam van de VDAB als onzinnig bestempelde en ze weigerde van die goed te keuren zodat ik hem zelf moest betalen.
In plaats van gewoon thuis te zitten ben ik te vinden voor een verplichte aanwezigheid op een soort van sollicitatie-bijeenkomst.
In een gemeentehuis of gemeenschapscentrum zijn er voldoende zalen waar kranten en computers met internetconnectie kunnen geplaatst worden, waar elke werkloze verplicht X aantal dagen per week/maand aanwezig moet zijn, en per sessie minstens 1 of 2 verstuurde sollicitatie-emails moet kunnen voorleggen.
Een actiever solliciteer-proces zal bijdragen tot minder langdurig werklozen.

Ik hoop dat deze post iets meer nuance brengt in mijn tweet van enkele dagen geleden, en natuurlijk, dit is geen eindpunt, maar misschien de start van een discussie?

Velouté van courgette met lenteuitjes, waterkers en kip.

Lang geleden dat ik nog eens een receptje op mijn blog postte… Bij deze!

Velouté van courgette met lenteuitjes, waterkers en kip.

Ingrediënten:

  • 1 courgette
  • 1 dikke ui
  • 1 patatje
  • waterkers (ik heb zo’n cultuur-zakje gekocht, waar de waterkers met wortel en al in zit)
  • een bussel lenteuitjes
  • 1 kippeborstfilet
  • Boursin Cuisine met tuinkruiden
  • kippebouillonblokjes
  • peper
  • zout

Benodigdheden:

  • jullienesnijder
  • scherp mesje
  • houten spatel
  • snijplank
  • staafmixer

Werkwijze:
Snij met de jullienesnijder fijne reepjes van de pel van de courgette en hou deze apart. Ik snij meestal 2 maal rond, zodat ik gekleurde reepjes heb en witte. Versnij de rest van de courgette en het patatje in blokjes. Kuis de ajuin en snij deze in grove stukken, laat de stukken zachtjes stoven in boter. Als deze glazig worden, doe je er de stukken courgette, patat en de helft van de waterkers bij en zet je alles onder water. Laat dit samen met de bouillonblokjes rustig koken tot de patattestukjes gaar zijn. Zet hier je mixer in. Als alles goed gemixt is, giet je het geheel door een zeef.

Vul aan met water, ongeveer even veel als de courgette-ajuin-patatjes-prut. Snij de kippenborstfilet fijn en gooi die in de soep. Roer, terwijl de kip in de soep aan het garen is, een flinke lepel Boursin door het geheel. Als de kip gaar is, voeg je de courgette-slierten toe.
Snij ondertussen de lenteuitjes in ringen en en verspreid deze over de soepkommetjes.

Proef van de soep. Kruid bij naar smaak met de Boursin, peper en zout.
Verdeel de soep over de kommen, laat in elk kommetje nog een toefje Boursin drijven en enkele blaadjes waterkers.

Vwala Sorry_meisje, geniet er van 😉

Carrefour schenkt bolognaise aan Voedselbank

Deze ochtend zag ik een tweet passeren van @Ivomechels over Carrefour die met varkensvlees “besmette” bolognaisesaus gaat schenken aan voedselbanken.

Ik reageerde, omdat ik toch enkele bedenkingen had…

Wat volgde waren toch wel enkele pittige tweets (@Bartmeuleneire, @Nelelijnen, @Eliodebolle, @Kiekestront en van @Ivomechels zelf…) die zomaar niet te beantwoorden zijn in 140 karakters…

Een eerste bedenking is de volgende… Zoals ik zei in mijn tweet “T is niet ok om te verkopen, dus geven we t maar weg dan lijken we iets goeds te doen”. Mooi van Carrefour om die bolo-saus weg te schenken. Verkopen kan toch niet meer, en ze laten vernietigen kost hun waarschijnlijk meer dan ze weg te schenken (op de schenking moet blijkbaar nog BTW betaald worden).
Carrefour is in deze “De Goeie”. Hoe het komt dat in het goedkope huismerk van Carrefour varkensvlees in plaats van rundvlees zit, zal waarschijnlijk niets te maken hebben met de prijszetting die dergelijke supermarktketens afdwingt van hun producenten. (ironisch bedoeld)Als de producenten op zoek moeten gaan naar mogelijkheden om hun eigen marges te behouden, dan duikt er al snel goedkoper vlees op. En zoals we allemaal weten is varkensvlees al geruime tijd zeer goedkoop te vinden… Dus “De Goeien” hebben ook een slechte kant… (opgelet, ik schrijf dit van uit een gedachtegang, dit is geen beschuldiging, noch een bewezen feit)

Een 2de bedenking die ik heb gaat terug naar enkele jaren geleden. De MuffinMan, je weet wel, Steven De Geynst, die kreeg een proces aan zijn broek. Omdat hij muffins die net over datum waren, en dus weggegooid werden, uit de vuilniscontainer viste, en wilde uitdelen aan mensen die zich geen voedsel konden permitteren. Dat proces werd hem aangedaan door, jawel, Carrefour. Dezelfde Carrefour die nu voedsel dat ze niet meer kunnen verkopen zelf wegschenken.

Iets waar we ook zeker moeten bij stilstaan is de massa voedsel die elke zomer vernietigd wordt. Als er een massa groenten worden aangevoerd op de veilingen, en er is weinig vraag, dan wordt er al snel container na container aan verse groenten afgevoerd als veevoeding of als afval. Waarom kunnen deze verse groenten niet aan de voedselbanken geschonken worden?

Het is mooi van Carrefour dat ze zo inzitten met de minderbedeelden, maar misschien moeten wij zelf eens gaan stilstaan bij het allerbelangrijkste in alle verhalen rond voedsel. Alle mogelijke vormen van voedsel die je koopt in de supermarkten komen van bij een boer of tuinder. De voedseldruk neemt alsmaar toe, wij (ik reken mezelf tot de boeren) moeten alsmaar meer produceren, tegen alsmaar lagere kosten om zelf in leven te kunnen blijven, en de consument betaalt in de supermarkt veel geld voor zijn voedsel. Tussenin zitten nog producenten van (half)-afgewerkte producten, groothandels, distributiecentra, en overal moet er geld blijven plakken.
Het is niet de varkensboer zijn fout dat zijn vlees in de bolognaise terecht komt. Het is niet de paardenhouder zijn fout dat er paardevlees in lasagne met 100% rundvlees zit. Wij kopen die producten, liefst zo goedkoop mogelijk, wij als volk houden een systeem in stand waar marges en winst het belangrijkste zijn.
Cut out the middle man, en koop je groenten en fruit in de hoevewinkel, bestel een vleespakket bij de veehouder. Dan ben je zeker van wat je krijgt, betaal je een faire prijs voor degelijke kwaliteit, en moet je je geen zorgen maken dat er misschien wel iets anders op je bord ligt dan wat er op het potje stond.

Paarden in de kijker…

Het is ondertussen algemeen geweten, er loopt  van alles mis met ons voedsel. Lasagne met paardenvlees, köttbullar met paardenvlees, in allerhande zaken die met rundsvlees zouden moeten bereid worden, wordt nu paardenvlees aangetroffen.
Onze trouwe viervoeters vooraan in het nieuws, in de kranten, noem maar op.

Eugène Mathy, president van de LEWB ( Ligue Equestre Wallonie Bruxelles), heeft een mooie open brief geschreven. Waar was de aandacht voor de paarden toen Michèle Georges en Rainman dubbel goud behaalden op de Paralympische Spelen? Heel even en het was weer weg. Waar was de aandacht toen Philippe Lejeune en Vigo d’Arsouille goud haalden in de jumping op het wereldkampioenschap?

Een sappig negatief verhaal is gemakkelijker te brengen dan iets positiefs. Maar kan het alstublieft eens? De paardensport is een uitgebreide sporttak, waarin verschillende disciplines in bestaan, zoals dressuur, jumping, reining, mennen, endurance, etc etc etc.
Waarom doen de journalisten die nu op het paardenvleesverhaal springen eens niet de moeite om ook een mooi stuk te schrijven over de Belgische verwezenlijkingen in de paardensport. We hebben niet alleen Paralympische en Wereldkampioenen, we hebben ook een mooie selectie aanstormend talent voor de komende jaren, en België mag gerust trost zijn op de paarden die hier gefokt worden. Een heel hoog percentage van de paarden die in de wereldtop draaien, zijn gefokt in België en ingeschreven in een van de vele stamboeken.
Ik heb het geluk gehad om bvb een Cicero Z Van Paemel als veulen te zien staan op de weide, en nu hem in actie te zien samen met Dirk De Meersman. Cicero is slechts een van de vele voorbeelden…

Nog wat cijfermateriaal:

  • 350.000 paarden, pony’s, ezels in België
  • 77.000 aangesloten bij verschillende federale entiteiten
  • 150.000 actieve beoefenaars van een of andere discipline (schatting)
  • 36 herkende stamboeken
  • 2.120 ondernemingen gelinkt aan de paardenhouderij (met verwaarloosbare faillissementen)
  • 17.500 voltijdse werkkrachten, tel daar nog de stagiaires, jobstudenten en vrijwilligers bij..
  • 1.200 evenementen per jaar, op nationaal en internationaal niveau
  • 160.000 ha nodig voor voeding en fok, zijnde 12,30% van het nationaal areaal landbouwgronden.

Mag de paardensport wat meer aandacht krijgen?

Lees hier de volledige open brief van Eugène Mathy! (Franse tekst btw…)

Self Injury Awareness Day 2013

Vorig jaar op 1 maart schreef ik een blogpostje over zelfverminking, eigenlijk mijn getuigenis, mijn verhaal. Dit jaar deed ik via twitter een oproep of er misschien anderen ook hun verhaal kwijt wouden. Ik heb enkele reacties gekregen, en die vind je hieronder…

De bedoeling van deze getuigenissen is niet om medelijden op te wekken of negatieve reacties uit te lokken. Wel is het de bedoeling om via deze verhalen de aandacht even te vestigen op de verschillende vormen van automutilatie, het bewustzijn te vergroten.

Het verhaal van Vanessa:

Ook ik heb aan zelfverminking gedaan, op allerlei manieren. Niet enkel met snijden, maar ook via mijn eetproblemen (anorexia, boulimia, …). Nochtans, zou je het niet zeggen wanneer je me ziet, altijd het spontane, sociale, glimlachende meisje. Wel, ik kan je zeggen dat, wanneer ik nu lach, het echt gemeend is, maar dat is ooit anders geweest.
Het begon in mijn jeugd, mijn papa heeft me mentaal mishandeld. Het was nooit genoeg, haalde ik op alles 9 en zat er 1  acht bij, dan mocht ik niet buiten, en moest ik blijven studeren tot ik op alles een 9 haalde. Hij bedoelde het niet slecht en wist niet beter, maar dit is slechts 1 van de vele voorbeelden die ik steeds hoorde. Het was nooit genoeg, of beter ik was nooit genoeg.
Doordat mijn eerste vriendje, de liefste jongen van de wereld was, had ik dit een plaats kunnen geven. Hij gaf me de complimenten die ik nodig had, al moest hij het 15 keer zeggen. En als ik me weer minder voelde dan de rest, nam hij me gewoon in de armen en zei hij me dat hij me graag zag.
Na hem had ik een nieuw vriendje. Daar is het allemaal met misgelopen. Hij was echt enorm rationeel, en vond dat als je een probleem had er gewoon een oplossing moest gezocht worden. Als hij 1 keer zei dat hij me graag zag, moest ik het maar weten. Ik begon me steeds onzekerder te voelen, en steeds meer minder dan de rest. Daarbij kwam nog dat een ex/flirt van hem, steeds zijn aandacht opzocht en ook kreeg. Het begon een strijd te worden tussen haar en ik, en omdat ik me al minder voelde, wilde ik me steeds meer bewijzen. Doordat ik me steeds meer wilde bewijzen, verloor ik echter alle grip op mijn eigen leven. De vrienden van deze jongen konden het niet nalaten te benadrukken hoe geweldig zij was, en enkel hij probeerde me van het tegendeel te bewijzen.
Na een lange periode van examenstress, hadden we eindelijke terug wat quality time. Hij had net gehoord dat hij grote onderscheiding had, we waren gaan shoppen en zagen uit naar een leuke eindejaarstd. Voor alle zekerheid had ik mijn voorzorgen genomen, omdat ik wist dat ik eronderdoor was, en hadden we afgesproken dat op de bbq (waar de flirt er ook zou zijn), hij bij mij en een vriendin zou komen, en we daarna apart zouden feesten. Alles ging vlotjes, en verliep zonder stress. Zoals afgesproken ging hij feesten met zijn vrienden en ik bleef wat napraten met mijn vrienden. Het was gezellig tot een vriend van me zei “ik vind het echt schandalig dat je zijn ex zo behandelt, iedereen praat erover, en je neemt hun vriendschap af”. Ik vertelde enkele zaken wat zijn ex had gedaan, en hoe die ook mijn en die van mijn vrienden steeds zocht. Hij ging er maar over door, en ik brak. Ik ben weggelopen, kapot van verdriet, ik was op. Wist met mijn eigen geen bleef. Ben een halfuur gaan wandelen, heb gehuild als een weerwolf, heb iedereen gebeld die ik kon (behalve iedereen die op het feest was, want ik wou hun avond niet verpesten). Een vriend van mijn eerste vriendje, zei dat hij in Brussel was en dat hij naar mijn kot zou komen. Ik ging dus naar mijn kot, en wist met mijn eigen geen blijf. Ik wou enkel slapen en hopen dat die pijn zou weggaan. Ik deed mijn ogen toe, maar die innerlijke pijn werd steeds erger. Heb zitten gooien met glazen, geschreeuwd,… maar niets hielp,en toen dacht ik aan fysieke pijn. Ik nam een mes en sneed 1 keer, niet te diep. Het ontspande me, nog een keertje, de innerlijke pijn ging weg. Ik dacht: nu met een beetje bloed erbij, en ik deed het…
Toen kwam er iemand anders bij, en die heeft mij opgevangen hoe het een echte vriend beaamt.
Dat zelfverminken heb ik nog  gedaan tot 1 november 2009. 2 weken na de breuk met mijn vriend, heb ik gezegd “En nu leef ik voor mijn eigen”, en ben die dag gestopt met mijn anti – depressiva en zelfverminking. Als ik het nu moeilijk heb, doe ik iets leuk, of lees ik de brieven van de kinderen van de Hogar…
Maar die pijn van die nacht zal ik nooit vergeten, omdat ik mijn littekens altijd zal meedragen.

Het verhaal van Bieke:

In mei vorig jaar ben ik opgenomen geweest op een paaz en daarna in een psychiatrisch centrum. Automutileren kwam bij mij niet echt voor in de meest bekende vorm als krassen. Meestal trok in haar uit als ik mij slecht voelde. Ook vond ik mezelf soms niet waard genoeg om bijvoorbeeld in een bed te slapen dus kroop ik in een hoekje op de grond, bonkend met mijn hoofd tegen de muur. Oké ik heb veel ergere gevallen gezien in de psychiatrie, maar toch denk ik dat dit een vorm van automutileren is. Enkele verhalen kan je op www.kwetter.wordpress.com lezen. Zo heb ik tijdens een groepstherapie mezelf zo hard beginnen krabben omdat ik zo kwaad was op mijn psycholoog. Die wondjes op mijn arm heb ik nog maanden opengekrabd.
Ik ben van mei tot augustus in behandeling geweest en voel me nu wel stukken beter. Maar de maand april is mijn struikelblok. Meerdere keren ben ik in die maand hervallen met mijn depressie.

Het verhaal van Denna:

Ik heb nooit een goede band gehad met mijn ouders, maar de eerste grote strubbelingen kwamen op mijn veertiende. Ik was geen gemakkelijke tiener en had (nu nog steeds eigenlijk) een eigen kijk op de wereld. Wanneer mijn ouders mij iets oplegden, moesten ze me eerst een goede reden geven voor ik mij aan banden liet leggen. Helaas gold voor hen dat hun woord wet was. In mijn tienerogen leek het alsof het kleinste weerwoord voor hen reden was om dramatisch te huilen (mijn ma) en te brullen (mijn pa).

De eerste keer dat ik kraste, was dus na een brulsessie van mijn pa. Hoe ik op het idee kwam weet ik niet meer. Ik was veertien, kende niemand die kraste, had ooit van krassen gehoord in een reclame voor Telefacs’ “Krassen op de schoolbank”, maar had de aflevering zelf nooit bekeken. De herinnering aan een spiegelscherf in mijn makeuptasje heeft de daaropvolgende gebeurtenissen getriggerd.

Op school had niemand iets door. De eerste keer heb ik in een vlaag mijn arm met een scherf spiegel bewerkt. In de turnles vroeg een meisje grijnzend of ik mezelf verminkte. Geoefend leugenaar – als je niets mag, ga je veel stiekem doen en moet je bijgevolg veel en goed kunnen liegen – als ik was, overtuigde ik haar zonder blikken of blozen dat mijn konijn de oorzaak van de grillige krassen was. Daarna kraste ik enkel nog op mijn heupen. Ik kwam de zomers, de zwemlessen … door zonder nieuwsgierige blikken. Intussen waren de sneden aangebracht door mijn breekmes veel rechter en dieper.

Ik heb gekrast van mijn 14de tot mijn 20ste. In het begin nog heel voorzichtig, daarna roekelozer, maar nooit levensgevaarlijk. Na mijn 18de gebeurde het nog maar heel zelden. Het begon van 1 of 2 keer per week en evolueerde naar 2 keer per dag op mijn donkerste dagen. Dan kon je zelfs een witte vetlaag waarnemen tussen het rode bloed.

Het hield niet op bij krassen, op mijn 15de kreeg ik ook anorexia. Aangezien ik het niet deed om magerder te worden – ik ben altijd tevreden geweest met mijn figuur – zie ik de eetstoornis ook als een manier om mezelf pijn te doen. In tegenstelling tot het krassen was de anorexia wel levensgevaarlijk. Nu nog heb ik de neiging niets meer te eten wanneer ik mij niet meer goed voel.

Mijn ouders moeten iets doorgehad hebben. Een normaal kind heeft niet standaard een breekmes in haar nachtkastje liggen of zakdoekjes met bloedende striemen. Mijn moeder heeft meer dan eens bewezen dat ze regelmatig in mijn spullen snuffelde, dus vooral op het dieptepunt, waarop ik al wat nonchalanter werd bij het wegwerken van bewijsmateriaal, kan het niet anders dat ze bepaalde vermoedens gehad heeft.

Ik heb geen spijt van mijn krasverleden. Op dat moment was het de efficiëntste manier om mijn gevoelens te kanaliseren. Zonder deze bizarre manier van verwerken, had ik zelfmoord waarschijnlijk wel serieus overwogen. Intussen verwerk ik mijn gevoelens door kortverhalen te schrijven en wanneer andere mensen mij hierover complimenteren ben ik blij dat ik mijn negatieve emoties kan omzetten in iets moois.

Bedankt aan deze moedige jongedames om hun verhaal te delen. Hopelijk krijg jij als lezer nu een ander beeld van wat zelfverminking inhoudt, de verschillende vormen, triggers en uitwerkingen.
Denna, Bieke en Vanessa verwonden zichzelf niet meer, vonden een positieve manier om om te gaan met bepaalde (donkere) gevoelens. Maar weet dat er rondom jou waarschijnlijk wel ergens iemand is die een of andere vorm van automutilatie pleegt. Als het nodig is, wees dan het luisterend oor of de troostende schouder. Heb je vragen over hoe om te gaan met een “krasser”, dan kan je altijd terecht bij Tele-Onthaal, een Jongeren Advies Centrum, een CGG (Centrum Geestelijke Gezondheidszorg),  je huisarts of mss de schoolpsycholoog. Ook als je zelf snijdt, krast, haren trekt of andere vormen van jezelf pijnigen toepast kan je hier terecht.

Old Green and Yeller

logo_JohnDeereIets meer dan een jaar geleden schreef ik een blogpostje over hoe beloftes gebroken werden en ik plots zonder werk zat. Nuja, plots… het zat er wel aan te komen, en gelukkig had ik al goeie contacten bij een andere firma die ik al jaren kende.

1 februari startte ik als verkoopsinspecteur bij Fagadis, verantwoordelijke voor het dealernetwerk in Vlaanderen van John Deere grasmaaiers.
Ondertussen ben ik meer dan een jaar aan de slag bij Fagadis, en heb ik er mijn eerste volledig seizoen opzitten.
Een aantal jaren geleden begon ik als verkoper van grasmaaiers bij een lokale dealer, en van toen al was het duidelijk dat groen-geel mijn kleuren waren. Nu ben ik fier dat ik bij de invoerder van John Deere kan werken, en samen met mijn collega’s de kleuren verdedigen op een woelige markt met zware concurrentie.
En ondertussen besef ik wat ik de afgelopen jaren gemist heb. Collega’s om op terug te vallen, een baas die weet waar hij mee bezig is, een back-office die snel mee mijn zaken afhandelt en die zorgt voor de back-up die ik nodig heb.

Ik mag echt wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn werk bij Fagadis/John Deere, gelukkig met de dealers en collega’s waarmee ik kan samenwerken en elke ochtend blij ben dat ik kan opstaan om te gaan werken. Elke dag is anders, maar alles draait om 1 van mijn passies, op een goeie manier een gazon onderhouden.