Boeren klagen dikwijls met recht en rede.

Geachte Heer Riepl,Beste Wolfgang,

begin deze week las ik een stukje van uw hand in Trends. Een kort stukje, met als titel “Boeren moeten stoppen met klagen”. Ik werd er tegelijk kwaad en neerslachtig van. Kwaad omwille van de misleidende zaken die er in staan, neerslachtig omdat mijn sector weer maar eens door het slijk gehaald werd door iemand zonder kennis van zaken. Continue reading “Boeren klagen dikwijls met recht en rede.”

Kwart van alle landbouwgrond is ernstig uitgeput

“Kwart van alle landbouwgrond is ernstig uitgeput” titelt het Nieuwsblad (volledig artikel) en de Standaard (enkel voor abonnees). Tegen 2050 zouden de landbouwers 70% meer voedsel moeten produceren. Een rapport van de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations – wiki) is echter niet mals. Kort samengevat is de kans klein dat de boeren dit effectief kunnen verwezenlijken. Hoe komt dit dan? De meeste (goede) landbouwgronden zijn al intensief in gebruik, en die dat nog niet in gebruik zijn, zijn niet voldoende. Er is nood aan duurzame intensivering van de landbouw.

In de jaren 60, tot enkele jaren geleden, steeg de productiviteit van de landbouw sterk, bijna explosief. Dit kwam door nieuwe technieken,(intensief) gebruik van kunstmest en pesticides en een goede veredeling van zaden en pootgoed. Ondertussen is deze stijging stil gevallen. Erger nog, de gronden die we gebruiken geraken uitgeput. Onkruiden en ziektes worden resistent tegen de gebruikte pesticiden, waardoor deze alsmaar straffer moeten worden en de impact op de bodem en het milieu nog groter wordt.

Hoe kan het dat bodems uitgeput geraken? Heel simpel gezegd, door mis(be)handeling… Intensieve grondbewerking, kunstmest en chemicaliën zijn eigenlijk niet zo goed voor de bodem. De grond is de rijkdom van de boer. Niet het juiste merk of kleur van tractor of de grootste machine bepaalt de opbrengst. De opbrengst wordt bepaald door de grond. En daar zit hem net het probleem.
De oplossing is eigenlijk simpel. De boeren moeten hun gronden terug “soigneren”. Stop het gebruik van kunstmest, stop de intensieve grondbewerkingen.

Ik heb op school geleerd over het klei-humus-complex. (Ik ben een gediplomeerde boer…) Het klei-humus-complex bestaat uit lutum (kleihoudende gronden) en humus (volledig omgezette organische stof) (bron)
Als de bodem een goed klei-humus-complex heeft, worden voedingsstoffen en mineralen gebonden aan dit klei-humus-complex en vastgehouden in de bodem zodat ze niet uitspoelen en beschikbaar blijven voor de planten.
Humus is volledig omgezette organische stof, een bruin-zwarte kleverige massa. En daar schuilt een van de problemen. Onze gronden bevatten niet voldoende humus meer. Zeker in de akkerbouw wordt veel kunstmest gebruikt als hoofdbemesting, waardoor het koolstofgehalte (humusgehalte) alsmaar verder afneemt in de bodem. (Meer over koolstofgehalte bij Vilt)

Hoe kunnen we dat koolstofgehalte terug naar boven halen? Door gebruik te maken van stalmest, compost (Meer over compost bij Vlaco). Door gewasresten op het land te laten. Door groenbemesters in te zaaien.
Vooral het gebruik van vaste mest zorgt voor een stijging van de koolstof in de grond. Spijtig genoeg is het gebruik van mest gereglementeerd door de verschillende Mest Actie Plannen (MAP). In mest zitten mineralen (stikstof, fosfor, kalium, sporenelementen etc.) Deze mineralen zijn voeding voor de planten die op het veld groeien, maar kunnen ook uitspoelen en ons water bezoedelen, of er voor zorgen dat planten die we minder graag hebben (invasieve soorten) nog weelderiger gaan groeien.
Met kunstmest weten we precies hoeveel mineralen we toedienen, en kan de gift zeer specifiek gedoseerd worden. Bij stalmest en mengmest zijn deze cijfers iets minder specifiek.
Maar willen we dat onze gronden nog meer opbrengst kunnen voortbrengen, dan zal het gebruik van stalmest en andere vaste natuurlijke mestvormen terug moeten stijgen.
Als simpele plattelandsjongen (nuja, met Brussel in mijn achtertuin…) denk ik dat de vooruitgang moet zijn dat we als basis gebruik maken van vaste mest, en kunstmest enkel gebruiken als bijbemesting wanneer nodig. Ook kan over bepaalde gewassen zoals granen en mais na de opkomst nog een bemesting met compost gebeuren. Het bodemleven zal de boer zeer dankbaar zijn en er voor zorgen dat de compost vermengd geraakt met de bovenste grondlagen.
Drijf- of mengmest kan niet tot vaste mest gerekend worden, maar door dit op te mengen met stro, maisstro of bermmaaisel kan er ook een vaste mest vorm gemaakt worden die voldoende koolstof in de bodem brengt.

Een andere zaak is de juiste mechanische behandeling. Onze gronden worden te veel bewerkt. We cultiveren onze velden na de oogst, nog eens voor de winter, ploegen na de winter, cultiveren terug, frezen of gaan er met de rotoreg over en gaan dan zaaien of planten.
Vereenvoudigde en niet-kerende grondbewerking gaat onze gronden in betere conditie houden. Zo hoeft er voor mais, gras of graan helemaal niet geploegd worden. Bij teelten als mais kunnen we zelfs stroken gaan bewerken in plaats van het gehele veld.
Met een diepwoeler kunnen storende grondlagen zoals de ploegzool gebroken worden, met een direct-zaaimachine kunnen granen of grassen ingezaaid worden zonder de bovenste grondlagen te storen, of resten organisch materiaal onder te werken. Deze resten organisch materiaal zorgen ook voor een stijging van het koolstofgehalte, en voorkomen dat de blote grond wordt blootgesteld aan regens zodat erosie tegen gehouden wordt. Als de grond een goed klei-humus-complex heeft zal de erosie ook opvallend lager zijn.

Een andere mogelijkheid is agro-forestry, waarbij bomen en landbouwgewassen gecombineerd worden. Maar daarover meer in een andere blogpost…

Kort samengevat:

  • Meer gebruik van natuurlijke, vaste mestvormen
  • Vereenvoudigde grondbewerkingen waar kan
  • Meer eerbied voor de grond en de boer (hij zorgt tenslotte voor het eten op je bord, of je nu vleeseter of veggie bent…)

Urban Agriculture

In Detroit is het plan opgevat om de stad te doen heropleven, nadat de auto-industrie instortte. Detroit was Motorcity, met de hoogste productie van auto’s wereldwijd. Door de teloorgang van de autoindustrie kampt de stad met massa’s leegstand, een ongelooflijk hoge werkloosheidsgraad (The Detroit-Livonia-Dearborn area had an unemployment rate of 17.7% in October, the highest in a region of 1 million residents or more, according to the U.S. Bureau of Labor Statistics.) en de daaraan gekoppelde armoede.

Dankzij een aantal priveprojecten kunnen de lokale inwoners reeds genieten van verse groenten en fruit, maar nu hebben investeerders het idee opgevat om in de lege industriegebouwen, op de gigantische parkings rondom en op de vrije gronden fruit, groenten en energiegewassen te kweken.

Ik draag dergelijke projecten een zeer warm hart toe. En tegelijk denk ik… “zijn dergelijke projecten hier mogelijk?”
Is het mogelijk om in Brussel centrum groenten en fruit te kweken. Tijdens de oorlog had je de boerkozen die ondermeer het Warandepark omtoverden tot een gigantische groententuin. En de volkstuintjes van de “massardeboerkes” zorgden ook voor een (kleine) aanvoer van verse groenten.
Een park omvormen tot groententuin is geen oplossing, maar zijn er plekken in Brussel waar zo iets wel kan?

De parkeerterreinen van de vroegere Renaultfabriek? Toegegeven, dat is geen Brussels grondgebied, maar daar kan de concrete keuze gemaakt worden tussen verder uitbouwen voor industrie, of een gecontroleerde omgeving creëren om fruit en groenten te kweken, en misschien zelfs vis (Tilapia bijvoorbeeld).
De ruimte rond nieuwe moderne industriegebouwen? In de omgeving van Evere zijn een heleboel nieuwe gebouwen opgetrokken voor moderne industrie (helpdesken, Microsoft, Sun etc etc). Rondom deze gebouwen zijn tuinen aangelegd, tuinen die natuurlijk moeten onderhouden worden, en op zich ook een soort van afval voortbrengen. Zou het een zinnige investering zijn van dergelijke bedrijven of de beheerders van de bedrijventerreinen om een of meerdere mensen in dienst te nemen die in deze tuinen ook instaan voor het kweken van groenten en fruit? Zo krijgen de werknemers gegarandeerd verse groenten op hun bord, en kan het afval dat voortgebracht wordt door deze tuinen gerecupereerd worden (compostering, takkenwallen etc)
Braakliggende gronden? In Brussel centrum wordt het nodige gedaan om geen grond onbenut te laten. Alles is volgebouwd, en wat te oud is, gaat tegen te vlakte om een nieuw gebouw op te trekken. Maar verder weg van het centrum, in Molenbeek, Anderlecht, Vorst, Laken en al de andere omliggende gemeenten, kom je geregeld braakgronden tegen. In welke maten kunnen dergelijke gronden gebruikt worden voor verbruiksgewassen te telen? Kan een ‘lease’ van enkele jaren, in afwachting van een nieuw gebouw? Kan een permanente omschakeling?

Ik vind dit een uitermate leuke denkoefening, en ben er van overtuigd dat we dergelijke ideeën niet mogen over het hoofd zien bij de verdere ontwikkeling van onze steden.

Inspiratie voor deze blogpost was volgend artikel in de LA-Times: Investors see farms as way to grow Detroit

CSA – Het Open Veld

Lekkere, verse en lokaal geteelde groenten zijn nog maar moeilijk te vinden. Wanneer je langs de winkelrekken loopt kom je heel de wereld tegen. Boontjes uit Kenia, uien uit Egypte, appels uit Argentinië, enz…

Het Open Veld wil een positief alternatief zijn voor een productiemethode die energieverslindend is en mens en milieu uitbuit.

Dat lees je wanneer je de website van Het Open Veld bekijkt. Het Open Veld is een door de gemeenschap gesteunde boerderij (CSA – Community Supported Agriculture). Door de gemeenschap gesteund wil niet zeggen dat ze leeft van subsidies. De gemeenschap zijn de buren, geïnteresseerden, mensen die verse groentjes en fruit willen, en daarom lid worden van deze “gemeenschap”.
Het Open Veld is 1 van de eerste 2 CSA-boerderijen in België. De boer, Tom Troonbeeckx, zorgt voor de grondbewerking, het zaaien en de gewasverzorging. Dit allemaal op een biologische manier. De oogst gebeurd door de leden van de gemeenschap.
Er worden een 70 tal soorten groenten gezaaid en geplant, en tevens is er een grote boomgaard met zoete kersen.

Het Open Veld is te vinden in Heverlee. De andere CSA-boerderij is in Gent, het Wijveld.

Online vind je meer info op de site van Het Open Veld (http://www.hetopenveld.be/)
De inspiratie voor deze blogpost komt uit een artikel dat ik op DSO heb gelezen (Pluk zelf je groenten bij de boer)

Ja Mimi, patatjes….

Patatjes dus!
Mijn grootouders planten elk jaar een vrij groot stuk aardappelen, genoeg om de familie te voeden, en als ze dan toch bezig zijn, om direct ook de hele straat de voorzien.

In het voorjaar heb ik dus samen met mijn grootvader en nonkel al die patatjes geplant. Gelukkig gebeurt dat tegenwoordig machinaal. Vroeger was het zo dat mijn grootvader en de nonkels putjes groeven van paar cm diep, en dat de kleinkinderen met een klein emmertje de plantaardappeltjes handmatig in die putjes legden.

Doorheen het groeiseizoen verzorgt mijn nonkel dan het groeiende en bloeiende gewas. Dit jaar was een zeer slecht jaar voor “de plaag“. Schommelende temperaturen, vochtig weer, gewas dat moeilijk opdroogt etc zijn zaken die Phytophtora infestans sterk in de hand werken.

Begin september worden de aardappelplanten dan doodgespoten. De bovengrondse delen sterven dan af (blad en stengels). De aardappels die onder de grond groeien rijpen af, zodat ze lang kunnen bewaren.
Wanneer het loof voldoende is afgestorven, gaan we rooien. Vroeger was dit een familietraditie, de nonkels en tantes die op hun knie?ɬ´n de uitgereden patatjes oprapen in manden, en dan overgieten in jute zakken. Deze zakken werden dan op de kar geladen om thuis in de opslagplaats uitgegoten te worden op een grote hoop.
Dit jaar hebben mijn nonkel en grootvader, samen met 2 andere nonkels, een tante en ikzelf alle patatjes opgeraapt. En het was eigenlijk vrij snel gefixt. Anderhalve dag op de knieen rondkruipen, zakken van 30kg patatjes opheffen, op de kar zetten, uitgieten. Het laat je niet koud hoor.

Dit jaar zijn er allemaal aardappels van de vari?ɬ´teit “Charlotte” aangeplant. Dit zijn vastkokend aardappels, lekker van smaak. Minder geschikt voor puree van de maken, maar goed voor gewoon gekookt, of frietjes van te maken.

En als we patatjes uitrijden, dan krijg je dergelijke beelden…
Patatjes uitrijden.
De patatjes uitrijden.
De uitgereden patatjes oprapen.
De gevulde zakken opladen.
‘s Middags aan tafel.

EDIT : Op aanraden van Tom de foto die hier origineel stond vervangen, het contrast gepusht, het zwart gepusht, en samen met paar andere op flickr gegooid. De links hierboven zijn ze 😉

Youtubing!

K heb paar filmkes op Youtube gezet die k vroeger gemaakt heb. (as in 2004-2005 ongeveer.)
Allen gefilmd met een crappy FinePix S5000 fotocamera, ge-edit in Adobe Premiere etc.
K vind ze nog altijd leuk om te zien.
Maar het kriebelt echt om mij een digitale cam te kopen. K volg dan ook op de voet te avonturen van Pietel en Michel